Tussen wal en schip

Voor mijn vierde verkenning langs de Delfse Schie ga ik terug naar Delfshaven. Bij de tweede verkenning liep ik er alleen maar langs en merkte slechts op hoe pittoresk deze gracht is. Deze keer loop ik de Voorhaven helemaal af, tot ik bij molen De Distilleerketel kom, op het uiterste puntje van een soort schiereiland. Er staat een bankje, ik ga er maar eens goed voor zitten: hier was het dus allemaal om te doen.

Ooit wilde Delft een eigen haven hebben en niet meer afhankelijk zijn van Rotterdam of Schiedam: ze groeven een kanaal naar de Nieuwe Maas, de Delfshavense Schie. Aan het eind daarvan kreeg Delft een eigen haven: Delfshaven. Daarom heet Delfshaven natuurlijk ook “Delfshaven”. Tot mijn schaamte viel dat kwartje pas toen ik na mijn tweede verkenning op internet eens op onderzoek uitging, wat trouwens niet eens moeilijk was: Wikipedia legt het keurig uit.

Daar las ik trouwens ook dat ‘Delft’ een veelzeggende plaatsnaam is. Delft is in de Middeleeuwen is ontstaan aan een gegraven (gedolven) waterweg, een ontwateringskanaal waarmee het veengebied tussen Schiedam en Den Haag werd ontgonnen. Als ik het goed begrepen sloot dat kanaal, de latere Delftse Schie, in eerste instantie bij Overschie aan op de Schie. Later werd het kanaal ook een waterweg en toen het Delft aan het eind van de Middeleeuwen economisch steeds meer voor de wind ging en Schiedam lastig begon te doen met tol, groeven ze een kanaal van Overschie naar Rotterdam: de Rotterdamse Schie (nu grotendeels gedempt). Vervolgens kreeg Delft moeilijkheden met Rotterdam en groeven ze eind veertiende eeuw een derde kanaal van Overschie naar de Maas (Merwede).

Ik zal niet zeggen dat je zonder dit te weten niets van het gebied kunt begrijpen, daarvoor hecht ik (nogal naïef eigenlijk) teveel aan de ‘onbevangen blik’. Maar ik heb toch echt de indruk dat ik, nu ik het eenmaal weet, de Delftse Schie beter begrijp dan eerst. Niet dat de geschiedenis hier in Delfshaven zwaar drukt, maar hier en daar kiert hij toch tussen de stenen tevoorschijn. Je kijkt anders naar zo’n kanaal als je weet dat hij met de hand gegraven is in de veertiende eeuw… Hoe zou zoiets gegaan zijn? Dat moet geen pretje zijn geweest. Op de afsluitdijk, waar ik regelmatig overheen rijd, stop ik af en toe bij het Vlietermonument, opgericht op de plek van en ter nagedachtenis van het sluiten van de Afsluitdijk in 1932. Er staat tegenwoordig ook een groot beeld van de bedenker van dit alles, Cornelis Lely. Maar liever is mij het beeld van de Steenzetter en nóg liever is mij het grote reliëf van Hildo Krop van drie stoere dijkwerkers.

”Niet dat de geschiedenis hier in Delfshaven zwaar drukt, maar hier en daar kiert hij toch tussen de stenen tevoorschijn”

Over monumenten gesproken, als ik opsta en langs de Achterhaven naar de Coolhaven loop, kom ik langs aan standbeeld van Piet Hein, die in 1577 in Delfshaven geboren werd. Sommigen drukte de geschiedenis hier toch te zwaar: twee dagen na mijn bezoek wordt het beeld ’s nachts beklad met rode verf. En met een spuitbus worden er de woorden ‘dief’ en ‘killer’ opgespoten.

Daags erna ontstaat er in de pers discussie over de vraag of Piet Hein nu wel zo’n geschikt doelwit was, want in vergelijking met veel tijdgenoten (m.n. Coen) komt hij er eigenlijk wel goed af. Aan de andere kant kan je de heldendaad van Hein, het ‘veroveren’ van de zilvervloot, net zo goed beschouwen als een enorme rip deal. Hoe dat ook zij, de nieuwsberichten over deze nieuwe beeldenstorm brachten mijn verbeelding op hol: ik fantaseerde al over een nieuw monument náást die van Piet Hein, een monument voor de ‘onbekende graver’. Beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen moet toch iets kunnen bedenken. Van Houwelingen is gespecialiseerd in ‘moeilijke monumenten’, hij heeft bijvoorbeeld enkele jaren geleden een (niet uitgevoerd) plan bedacht voor een “Nationaal Gastarbeidermonument”, in Rotterdam.

De wereld aan je voeten

Langs de aangename, kalme maar zeker niet doodse kade van de Coolshaven loop ik richting Parkhaven. De Coolhaven is in de jaren 20 van de vorige eeuw gegraven, toen Delfshaven te krap werd – vanaf toen was Delfshaven dus echt geschiedenis. Ik loop langs het Leger des Heils, waar twee mannen melancholiek op hun scoopmobiel voor zich uit, over het water zitten te staren. Dan zie ik opeens een architectenbureau, Ziegler Branderhorst. Onder de Pieter de Hoochbrug zijn vier mannen met gewichten en gymapparaten in de weer. Onder de brug vandaan lopend zie ik opeens een grote watervlakte: hier kunnen boten die in en uit de Parksluis komen elkaar passeren én de bocht om. Drie meiden zijn op een steiger met een of ander creatief project bezig, ze fotograferen elkaar met hun mobieltjes terwijl ze een karton met tekst ophouden: ‘…voor in de story…’.

”Het is hier open en groots: de wereld ligt aan je voeten. Of je wilt of niet, hier moet je wel vóóruit kijken”

De Parksluizen liggen er wat verloren bij, een beetje als vergane glorie. Langs de kant een bord met op de ene kant een knooppuntenkaart voor fietsers en op de andere kant een wandelroute: ‘Verrassend leuk wandelen in Hof van Delfland’. Daar is geen woord aan gelogen. Ik bel fotograaf Rubén Dario Kleimeer, die meteen op zijn fiets stapt en me even later treft als ik langs de Euromast loop.

Rubén wijst me op de drie restaurant-boten die hier gebroederlijk aan de kade liggen: De Berenboot, De Pannenkoekenboot en De Chinese Boot – de poëzie ligt hier op straat, of liever gezegd: in het water. We lopen door over de kade naar de hoek van de Parkhaven en de Nieuwe Maas. Staand achter een van de twee fraaie ventilatiegebouwen van de Maastunnel genieten we van het uitzicht. De schaal is hier totaal anders dan in Delfshaven, dat toch vlakbij ligt. Dit lijkt wel een andere wereld. Het waait en je hebt een machtig uitzicht over het water. Het is hier open en groots: de wereld ligt aan je voeten. Of je wilt of niet, hier moet je wel vóóruit kijken.

Hier zie ik pas goed dat Delfshaven een echte ‘plaats van herinnering’ is, een ‘lieu de memoire’, zoals de Franse historicus Pierre Nora dat noemt. Dat zijn plekken waar de geschiedenis tastbaar lijkt te zijn. Hier, bij de monding van de Parkhaven, lijkt daarentegen de toekomst tastbaar. Het mooiste is misschien nog wel dat verleden (Delfshaven) en toekomst (Parkhaven) zo dichtbij elkaar liggen. Het is maar een paar kilometer, een halfuurtje lopen.

Glamoureus Rotterdam

Rubén laat de plek zien waar de foto gemaakt is, net om de hoek, aan de Parkkade, vanaf een wandelpad in het iets hoger gelegen Park. Daar gaan we straks naartoe, eerst lopen we de Parkkade af tot restaurant De Ballentent. Daar begint de Westerkade, een heuse wandelpromenade. Dit is misschien wel Rotterdam op zijn meest glamoureus: je kunt wandelen in de schaduw van twee rijen bomen, met uitzicht op de Maas, op de Erasmusbrug en op de aan de overkant gelegen ‘iconen’ van de stad, vooral De Rotterdam.

Wij laten dat voor wat het is en lopen terug, omhoog het Park in. Hier is het nog steeds behoorlijk deftig, maar ook meer ontspannen. Er lopen groepjes lunchwandelelaars, er wordt in het gras gepicknickt en er zitten dames te yogaën. We lopen langs het chique restaurant Parkheuvel en komen op het punt waarvandaan Rubén de foto gemaakt heeft. Geleund over het rustieke houten hekje genieten we van het uitzicht. Maar we merken ook op hoe vreemd deze plek eigenlijk is: achter ons het deftige, lommerrijke Park met zijn onverharde wandelpaden, vóór ons de rauwe werkelijkheid van (het begin van) de haven. We horen de vogels zingen in het park én een diesel aggregaat brommen op de kade; we ruiken pas gemaaid gras én de dieselwalm en een vage geur van chemicaliën waarmee een boot schoon wordt gemaakt.

Ik kreeg de foto vooraf te zien en dacht toen dat het een soort rafelrand van de stad was. Het blijkt een soort rommelhoekje in het verder redelijk netjes aangeharkte centrum. Rubén vertelt dat hij de foto op een zaterdagnamiddag heeft genomen. Misschien zijn het de lange schaduwen, maar er hangt iets van spanning of zelfs van dreiging in de lucht. Er gaat iets clandestiens gebeuren – of gebeurt dat stiekem al? Ergens klinkt dat wel avontuurlijk, alsof het om een vrijplaats gaat. Maar misschien moet je dergelijke plekken niet door een al te roze bril bekijken: op dit soort plekken heerst tot op zekere hoogte het recht van de sterkste, en dat klinkt alweer een stuk minder aantrekkelijk. Aan de bandensporen op het asfalt te zien kun je trouwens beter spreken van het recht van de snelste. Op internet vind ik later berichten dat hier inderdaad straatraces plaatsvinden, wat mij hier toch levensgevaarlijk lijkt.

”Er gaat iets clandestiens gebeuren – of gebeurt dat stiekem al?”

En toch… toch zou het zonde zijn als dit laatste rommelhoekje ook aangeveegd, ‘ruimtelijk geordend’ wordt. Dat contrast, die botsing van de deftigheid van het park en de rauwheid van de kade, dat heeft iets fascinerends. Het zou zonde zijn als deze plek tussen wal en schip ook figuurlijk tussen wal en schip zou vallen.

Rubén leidt me door het park naar de Euromast. Daar stapt hij weer op zijn fiets, en loop ik verder langs de kades van de Parkhaven en Coolhaven naar een metrostation.


Dit is het vierde dubbelverhaal uit een serie waarvoor fotografen Christian van der Kooy en Rubén Dario Kleimeer en filosoof Pieter Hoexum een jaar lang op ontdekkingstocht zijn in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De druk op de ruimte is hoog, waardoor de ruimte snel verandert. Steden kloeken aan elkaar. Waar houdt Rotterdam op en begint Delft? En hoe gaat Delft via Rijswijk over in Den Haag? Is er in het tussengebied nog sprake van het zogenoemde ‘vredige platteland’? Zijn er nog onbestemde plekken waar ongeplande activiteiten kunnen plaatsvinden?

Christian en Rubén maken in hun ontdekkingstocht gebruik van de aloude waterweg Delftse Schie, Zuidvliet, Rijn-Schiekanaal, die Rotterdam en Den Haag met elkaar verbindt, als de rode draad van hun fotografie. Ze vertrekken daarbij vanuit hun eigen woonplaats; Rubén uit Rotterdam en Christian uit Den Haag, en werken naar elkaar toe. Parallel aan deze fotoserie bezoekt filosoof Pieter Hoexum als buitenstaander het gebied en deelt met ons zijn bevindingen.

Bekijk hieronder de kaart van hun ontdekkingstocht door de MRDH en de eerste drie dubbelverhalen: