Foto: Ossip van Duivenbode

Depot Boijmans: de machinerie van het bewaren

Aan de vraag of Rotterdam een nieuw icoon rijker is, gaat de vraag vooraf: had Rotterdam behoefte aan een nieuw icoon? Al vóór de bouw van het nieuwe depot van Museum Boijmans Van Beuningen, ontworpen door MVRDV, was Rotterdam de Nederlandse stad met het hoogste aantal hedendaagse iconen: de Erasmusbrug van Ben van Berkel, De Markthal ook van MVRDV, de kubussen van Piet Blom, de Kunsthal en de Rotterdam van OMA – en dan laat ik ‘oude’ iconen als Het Witte Huis, de Hef en het juweeltje van de Holland-Amerika Lijn buiten beschouwing.

Rotterdam heeft de verwoesting tijdens de oorlog weten om te zetten in experimenteerdrift, met als resultaat een stedelijk landschap met durf en (spier)ballen – en natuurlijk hier en daar een mislukking. Kennelijk kun je nooit iconen genoeg hebben, en met het nieuwe depot van het Boijmans is er – met een enkele kanttekening – weer eentje bijgekomen. Belangrijker nog dan ‘wel of geen icoon’ is hoe museum, architect en constructeurs hiermee een nieuwe typologie hebben uitgevonden, een hybride van museum, depot en attractie. Dat laatste is niet minzaam bedoeld: het attractie-gehalte zal de binding tussen publiek en museum zeker versterken.

Het attractie-gehalte zal de binding tussen publiek en museum zeker versterken.

Een blik achter de schermen

Musea hebben allang ontdekt dat bezoekers ervan houden een blik achter de schermen te werpen. Van het Bonnefanten in Maastricht tot het Museum aan de Stroom in Antwerpen en het nieuwe particuliere museum van verzamelaar Eli Broad in Los Angeles, we mogen behalve de tentoonstellingen ook iets van het depot zien. Het Boijmans gaat een flinke stap verder: hier ligt en staat de hele collectie van 151.000 kunstwerken met een waarde van acht miljard euro. Hingen bij de opening in 1935 alle kunstwerken op zaal, in mei 2019, toen het museum sloot voor een ingrijpende renovatie, was dat slechts zo’n zeven procent. Tot nu toe was de collectie over zeven locaties verspreid, nu komt die – voor het eerst – op één plek bij elkaar. Nodig was het depot zeker wel: het bestaande depot in de kelder van het museum was al meermalen onder water gelopen.

Volgens directeur Sjarel Ex die vijftien jaar geleden dit idee bedacht, is dit “het eerste depot ter wereld dat publiek toegang biedt tot een complete collectie”. Particulieren kunnen er ook voor hun kunstverzameling ruimte huren. Met de lekkages in het oude gebouw nog vers in het geheugen staan de depots nu op acht meter boven NAP. Het depot is géén museum, zei Ex bij de opening, “het is een facilitaire hulp bij het maken van een perfect museum, hiernaast.” Voorlopig is het dat toch wel, want de verbouwing door Mecanoo van ‘hiernaast’, het gebouw van Van der Steur uit 1935, gaat nog minstens zes jaar duren.

Hoge kom

Het gebouw is veertig meter hoog en heeft de vorm van een hoge kom, rijzend van beneden veertig meter in doorsnee naar zestig aan de bovenkant. Dat geeft het iets lichtvoetigs en houdt meer ruimte vrij op het maaiveld, waar een kunstwerk van Pipilotti Rist komt. Deze ingreep is bepalend, anders was het een plompe cilinder geworden, maar die zorgde wel voor hoofdbrekens bij de ingenieurs. De betonnen draagconstructie loopt met de gekromde gevel mee, maar juist in die kromming naar het maaiveld toe moesten er grote openingen komen, voor het publiek maar vooral ook – tot vier en een halve meter hoog – voor kunstwerken en vrachtwagens. Beneden scharnieren de deuren open als die van een stadsbus. Het is een indrukwekkend gezicht.

Naast de vorm is het opvallendste element de bolle spiegelende gevel, samengesteld uit 1664 panelen die in speciale ovens in Shenzhen zijn gefabriceerd. Maar blijven ze wel glimmen, worden ze niet dof door stof en aanslag uit de lucht? Senior projectleider Rowan van Wely van ingenieursbureau ABT, adviseur voor de glasgevel, weet zeker van niet. “Het glas hangt naar voren en heeft een glad oppervlakte. Daardoor zal er een minimale aanhechting zijn van stof en aanslag,” zegt hij. “De spiegelcoating zit tussen twee lagen glas, waardoor hij niet door weersinvloeden wordt aangetast.”

Op de dakrand wordt het glas bovenaan helemaal doorzichtig zodat het in de lucht lijkt op te gaan.

Per paneel kon de mate van doorzichtigheid worden bepaald: op de dakrand bijvoorbeeld wordt het glas bovenaan helemaal doorzichtig zodat het in de lucht lijkt op te gaan. Binnen één paneel kan het verloop zijn: van helemaal doorzichtig naar een stippenpatroon voor de zonnebescherming (fritting) naar helemaal spiegelend. Van iedere heel of half-doorzichtig paneel moest de fritting van tevoren worden bepaald afhankelijk van zijn plek op de gevel – die dan ook tot de millimeter is uitgedetailleerd. De panelen hebben ook nog een complexe vorm met altijd een sferisch gebogen kromming, dat wil zeggen zowel een verticale als een horizontale kromming, omdat het gebouw naar boven toe groter wordt. De meest extreme zijn de panelen aan de onderkant, die ook nog naar binnen toe buigen. Overigens is het schoonmaken van de gevel vier keer per jaar met een hoogwerker al in de begroting meegenomen.

Machinerie van het bewaren

Op een oppervlakte van 14.300 m2 over zes verdiepingen bevat het depot vertrekken voor restauratie en conservering, fotostudio’s, de ruimte waar de kisten worden gemaakt voor de kunstwerken die op reis gaan, en ook de ongediertebestrijding. Er zijn ook galeries verspreid door het gebouw en dertien vitrines. Het publiek – 100.000 tot 200.000 per jaar – mag deze “machinerie van het bewaren”, zoals Winy Maas het zegt, allemaal rustig komen bekijken, zelfstandig, met de app of met een tour. In het hart van het gebouw doorkruisen de trappen zigzag het hoge atrium. Op het dak, dat gratis toegankelijk wordt, staat een kruisvormig paviljoen voor events en een restaurant, zitjes en een ‘dakbos’ met 75 berken die drie jaar lang in de kwekerij zijn voorbereid op het overleven op deze hoogte.

Van de bouwkosten van 92 miljoen is 35 miljoen gefourneerd door onder andere de Rotterdamse filantropische stichting De Verre Bergen. De Bankgiroloterij heeft de trappen voor zijn rekening genomen, een aantal conserveringsruimten zijn door particulieren geadopteerd en Rotterdammers ‘kochten’ een glaspaneel.

De opening vindt pas over een jaar plaats, in de herfst van 2021, mede doordat het binnenklimaat nog geregeld moet worden. Het gebouw krijgt vijf ‘zones’, voor werken van papier, bijvoorbeeld, of metaal, en de kunst wordt ook opgeslagen naar gelang het materiaal waar het van gemaakt is. Om de temperatuur en vochtigheid constant te houden, mogen er per depot maximaal vijftien mensen elf minuten lang naar binnen.

Het blikkerende oppervlak trekt doorlopend de aandacht, uit welke hoek ook.

Er waren toch kanttekeningen? Verhaal was dat de kom met zijn spiegelende oppervlak op zou gaan in zijn omgeving. Dat is natuurlijk niet zo. In de weerspiegeling zie je inderdaad doorlopend de omgeving, gebogen door de convexe kromming van de gevel, maar daarmee ‘verdwijnt’ het gebouw zeker niet. Het blikkerende oppervlak trekt doorlopend de aandacht, uit welke hoek ook.

Gaat dat voortdurende geroep niet irriteren? Nog niet, getuige het commentaar van ene Olivier van den Hoven op de site van Dezeen: “I cannot exaggerate enough the experience of cycling by and watching those wonderful reflections in the morning, during the day and especially in the evening. It is simply mesmerising. The building is never the same. So from a complaining neighbour, I have become an enthusiastic advocate!” Ok, ik geef ‘de pot’ het voordeel van de twijfel, maar ik twijfel nog steeds. We spreken elkaar nog, de pot en ik.