Een poging tot een ‘tussenstand’.

“Zwemmen…. Ja, dat kan natuurlijk ook in De Schie”, is het eerste dat ik denk als ik de foto van Rubén bekijk. De Schie begon ooit als een kreek die in de dertiende eeuw verder werd uitgegraven om het omringende gebied te ontwateren en geschikter te maken voor landbouw; toen er naast landbouw bedrijvigheid kwam werd de Schie ook een steeds belangrijkere strekvaart. Tijdens mijn tochtjes langs de Schie zag ik nog regelmatig beroepsvaart, en vooral ook pleziervaart. En er wordt dus gezwommen.

Rubén stuurde de foto per mail alvast op, zodat we er later telefonisch over konden doorpraten. Hij meldde alvast dat het gespetter bij dat oranje ding in het water een zwemmer is met een boei (het oranje geval). Het was wel handig dat hij dat er alvast bij vertelde. Het is een beetje een zoekplaatje, ongeveer zoals het schilderij De val van Icarus van Pieter Bruegel de Oude waarop je in een fors opgezet landschap in een uithoekje nog net ziet hoe Icarus in zee stort; zijn spartelende benen steken boven water uit.

Ruben heeft nog niet gezegd waar precies hij de foto gemaakt heeft, alleen dat het tussen Overschie en Delft was. Ik beschouw dat maar als een uitdaging om de foto zelf te kunnen lokaliseren. Op de foto staan drie duidelijke “aanwijzingen”: een bushalte, het bos en het witte huis dat in het bos verscholen staat. Als ik op de satellietbeelden van Googlemaps kijk zie ik dat er eigenlijk maar twee echte bossen tussen Delft en Overschie aan de Schie te vinden zijn: de begraafplaats Hofwijk en  landgoed De Tempel. Het lijkt die laatste te zijn, want ik zie al het landhuis aan een gazon tussen de bomen staan. En pal aan de weg is een bushalte. Bingo.

Triatlon

Even later belt Ruben en vertelt dat hij de foto een paar weken geleden heeft genomen vanaf een fietspad aan de overkant van de Schie, waar een golfbaan wordt aangelegd. Al in Overschie had hij de twee – het zijn er dus twee – zwemmers gezien. Hij was ze voorbij gefietst en ze hier min of meer opgewacht, omdat hij verwachtte dat ze bij die roestbruine aanlegsteiger die je vaag op de foto kunt onderscheiden, uit het water zouden stappen. Maar ze zwommen door naar de Kandelaarsbrug, om daar even te pauzeren. Daar vertelden ze hem desgevraagd dat ze trainen voor de triatlon.

Maar ze zwommen door naar de Kandelaarsbrug, om daar even te pauzeren. Daar vertelden ze hem desgevraagd dat ze trainen voor de triatlon.

Ruben vertelt dat hij meerdere foto’s van de zwemmers heeft gemaakt, maar deze uitkoos omdat je nog een glimp van het landgoed en vooral van de steiger kan zien. Die hoort bij een herinrichting van het hele landgoed, naar een ontwerp van het gerenommeerde bureau B+B stedebouw en landschapsarchitectuur. Volgens hun website zal het landgoed worden “herontwikkeld tot een woonomgeving voor zorgbehoevende ouderen in een publiek toegankelijk recreatiegebied.”.

Wind mee

Een paar dagen later neem ik de trein naar Rotterdam, met bedoeling daar bus 40 naar Delft te nemen en uit te stappen bij de bushalte die nog net op de foto te zien is. Ik zit in het bovendeel van de trein en heb na Holland Spoor uitzicht op het gebied rond de Schie, waar de trein ongeveer parallel aan rijdt. De trein gaat eigenlijk te snel om echt van het uitzicht te kunnen genieten, het flitst als een film aan je voorbij. Als een film waar je nooit goed in komt. Ik besluit niet de bus maar een ov-fiets te nemen.

Over de Weena en de Beukelsdijk fiets ik prinsheerlijk naar de Beukelsbrug om daar de  Schie richting Delft te volgen. Ik rijd onder de Giessenbaan door en kom weer langs het wijkje met flats in Kleinpolder. Daar stop ik even bij een bankje, ook om mijn rugzak af te doen en op de bagagedrager toe doen, want ik ben nu al nat van het zweet. Vijf minuten later fiets ik opeens een heus dorp binnen: Overschie. Het ziet er precies zo uit als je van een dorp verwacht, Ot en Sien zouden bij wijze van spreken zo de hoek om kunnen komen.

Het ziet er precies zo uit als je van een dorp verwacht, Ot en Sien zouden bij wijze van spreken zo de hoek om kunnen komen.

Aangekomen bij landgoed De Tempel zet ik mijn ov-fiets tegen het fraaie ijzeren toegangshek en loop eerst even naar de aanlegsteiger waar Ruben het over had. Die blijkt van stoer geroest cortenstaal te zijn. Er komen net een paar roeiboten voorbij met drie en vier roeiers en zo’n coach op de fiets die over fietspad aan de overkant meerijdt en aanwijzingen schreeuwt.

Dan steek ik de weg weer over en loop het landgoed in. De herinrichting blijkt nog in volle gang. Overal in het bos staan houten paaltjes met kleurtjes die aangeven waar de paden straks moeten komen. Je kunt al zien dat het mooi zal worden, met heel wandelpaadjes waar je echt een beetje over kan dwalen. En met watertjes, bruggetjes en mooie doorkijkjes naar het open landschap. Maar ook nu het park nog niet is opgeknapt heeft het wel wat: het ligt er mooi idyllisch vervallen bij.

Droge voeten

Ik had de hele tijd de wind mee en besluit door te fietsen naar Den Haag Holland Spoor. Ik kom eerst nog langs begraafplaats Hofwijk, waar zo te zien een begrafenis gaande is. Daarna fiets ik dan eindelijk door open veld. Want er is dan wel weinig bos of struikgewas langs de Schie te vinden, er is altijd wel iets dat het zicht op de horizon belemmert. Zo fiets ik al snel het gehucht Zweth in, waar gewerkt wordt aan de kades van De Schie. Een groot bord vermeldt: “Wij werken aan droge voeten”. Goed dat je er aan herinnerd wordt dat je in een polder bent en dat het een hele klus is én blijft om die droog te houden.

De laatste twee kilometer vóór Delft verbaas ik me weer over de wonderlijke reeks gebruikers en vestigingen. Ik had me daar tijdens de vorige verkenning lopend ook al over verbaasd, maar op de fiets valt de aaneenschakeling nog meer op. Het begint met kinderopvang Hoeve Ackerdijk, aangekondigd met een groot spandoek in de wei: “Op de boerderij grootgroeien”. Meteen daarnaast een weiland vol hoog opgestapelde autowrakken: autosloperij Delft. Iets verderop ligt camping Abtswoudse Hoeve. Daarnaast een soort woonwagenkampje met een oudijzerhandel; “oud metalen enzo” vermeldt een bord. Dan een zijweg die volgens grote borden leidt naar het Toeristisch Overstappunt Delft Ackerdijk Bos en naar ArtCentre Delft. Aan de overkant van de weg doemt dan een scheepswerf op, met een hoge kraan; meteen naast de scheepswerf volgt nog een oud rijtje huizen die een soort hofje vormen. Daarna liggen aan die kant steeds meer bedrijven met loodsen e.d.. Langs het fietspad kom ik nog langs een paintball- en outdoorcentrum en een manege. En uiteindelijk natuurlijk de hoogbouw van de Campus van de TU Delft.

De laatste twee kilometer vóór Delft verbaas ik me weer over de wonderlijke reeks gebruikers en vestigingen.

Recreatielandschap

Even later sta ik met de fiets aan de Zuidkolk, met aan de overkant het centrum van Delft. Dat ziet er verleidelijk uit, maar ik volg de Schie, om het centrum heen. Vlak na de Zuidkolk zie ik aan de overkant van de Schie de roeiers weer die ik bij De Tempel zag; ze stappen hier uit, bij het statige gebouw van Delftsche Studenten Roeivereeniging Laga.

Ook in Delft en later in Den Haag kom ik nog langs plekken met werkzaamheden aan de kades van de Vliet (zoals de Schie boven Delft heet). Even later fiets ik Delft al weer uit en kom bij Herberg Vlietzicht. Daar houd ik even pauze op een bankje aan oever. Er komen over de Schie weer roeiers voorbij, en een pleziervaartuig. En veel fietsers en wandelaars, zelfs een enkele bakfiets met kinderen. Terwijl ik daar zo zit krijg ik de neiging een soort conclusie te trekken, bij wijze van tussenstand. Ook omdat het de zesde verkenning is van een serie van twaalf.

De vorige keer schreef ik nog dat we in deze serie niet proberen een overzicht te geven, maar steekproeven nemen, maar nu ik de hele Schie zo’n beetje afgefietst heb, ontstaat toch de behoefte alles onder één noemer te brengen. Vandaag viel weer op hoeveel er gerecreëerd en ontspannen wordt langs de Schie. Er wordt gegolfd, geroeid, gevaren, gefietst, gewandeld en dus ook gezwommen. En nog wel veel meer trouwens. Als vanzelf komt het woord recreatielandschap op.

Strijd

Dan moet ik echter terugdenken aan de wonderlijke reeks vlak voor Delft. Dat soort plekken, die meer langs de hele Schie en Vliet te vinden zijn, zijn onmogelijk onder een noemer te brengen. Hier en daar is het echt een ratjetoe. Je zou het verrommeling kunnen noemen, al is dat eigenlijk altijd afkeurend bedoeld. Die afkeuring is vaak terecht, maar ik betwijfel of dat hier het geval is. Het heeft wel een zekere charme, de “verrommeling” geeft het hele gebied iets avontuurlijks… een “wilde frisheid”. Misschien kun je beter van verwildering spreken. En daarbij bovendien opmerken dat die verwildering paradoxaal genoeg binnen de perken blijft. Het daagt als het ware die perken uit, het gaat de strijd aan met de perken, met de ruimtelijke ordening. En precies die strijd is interessant

Het is te vergelijken met een, zoals Voltaire zo mooi schreef in zijn Filosofische woordenboek, “redelijke geestvervoering”. Als Verlichtingsfilosoof stond Voltaire argwanend tegenover enthousiasme (geestvervoering), omdat dat die onvoorspelbaar, willekeurig en daardoor irrationeel lijkt. Maar als dichter wist hij dat het onmisbaar is: zonder bezieling of bevlogenheid, zonder inspiratie wordt het niets. Hij pleit voor “redelijke geestvervoering”, dan is enthousiasme “een paard dat op hol slaat over de renbaan, maar die baan is volgens de regels aangelegd.” Als een stad maar zo’n beetje voortwoekert het vrije veld in, dan wordt het niet echt belangwekkend, maar als dat nog nét binnen de perken blijft kan het juist een hele interessante spanning opleveren.

Als een stad maar zo’n beetje voortwoekert het vrije veld in, dan wordt het niet echt belangwekkend, maar als dat nog nét binnen de perken blijft kan het juist een hele interessante spanning opleveren.

Een nieuw soort spanning ook. Eeuwenlang stonden gebieden zoals die rond de Schie in het teken van de strijd met de elementen, met name met water. Nu is daar de spanning tussen ruimtelijke ordening en de-dingen-op-hun-beloop-laten bijgekomen. Of is het misschien helemaal niet nieuw? Wanorde heeft mensen altijd al angst in geboezemd én gefascineerd.

Ondertussen is het toch wat fris geworden. Ik stap weer op de fiets en rijd eenvoudig langs de Vliet helemaal tot de Laakmolen. Vandaar ken ik nog de route van de eerste verkenning naar station Holland Spoor. Daar lever ik de OV-fiets in (wat is dat toch handig!) en heb nog net tijd een kop koffie te kopen voor ik de trein naar huis pak.

Dit is het vijfde dubbelverhaal uit een serie waarvoor fotografen Christian van der Kooy en Rubén Dario Kleimeer en filosoof Pieter Hoexum een jaar lang op ontdekkingstocht zijn in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De druk op de ruimte is hoog, waardoor de ruimte snel verandert. Steden kloeken aan elkaar. Waar houdt Rotterdam op en begint Delft? En hoe gaat Delft via Rijswijk over in Den Haag? Is er in het tussengebied nog sprake van het zogenoemde ‘vredige platteland’? Zijn er nog onbestemde plekken waar ongeplande activiteiten kunnen plaatsvinden?

Christian en Rubén maken in hun ontdekkingstocht gebruik van de aloude waterweg Delftse Schie, Zuidvliet, Rijn-Schiekanaal, die Rotterdam en Den Haag met elkaar verbindt, als de rode draad van hun fotografie. Ze vertrekken daarbij vanuit hun eigen woonplaats; Rubén uit Rotterdam en Christian uit Den Haag, en werken naar elkaar toe. Parallel aan deze fotoserie bezoekt filosoof Pieter Hoexum als buitenstaander het gebied en deelt met ons zijn bevindingen.

Bekijk hieronder de kaart van hun ontdekkingstocht door de MRDH en de eerste vier dubbelverhalen: