0   +   8   =  

Een paar uur later dan gepland, om een uur of twee, stap ik op een woensdagmiddag uit de metro bij station Delfshaven. De coronacrisis lijkt nog ver weg, er is alleen een advies geen handen meer te schudden. Als ik de trap naar boven neem sta ik, eenmaal boven gekomen, pardoes in het stadsgewoel van druk verkeer, koeriers, voetgangers, winkelende mensen… enzovoorts. Een waterpijpenshop naast een shoarma eethuis naast een winkel met Syrische zoetigheid. Waar is de Schie?

Ik moet me even oriënteren… Ah, daar zie ik in de verte een brugwachtershuis, daar zal de Schie ook zijn. Fotograaf Rubén Dario Kleimeer had getipt dat ik even een blik op Delfshaven moet werpen en als ik daar langskom zie ik wat hij bedoelt: dit is Rotterdam op zijn meest pittoresk – het lijkt Amsterdam wel.

Ik loop door naar de Lage Erfbrug, waar inderdaad de Schie begint. In de verte zie ik de Euromast, maar ik loop de andere kant op, het centrum uit. Ik loop langs een brede kade met allemaal bolders (aanlegpunten), maar zie nergens een boot. Wel zijn er veel meeuwen die met hun gekrijs toch de sfeer van een haven oproepen. Het weer betrekt en pittoresk is het ook al heel snel niet meer. Al hebben de vele garages langs de Aelbrechtskade ook wel iets; het lijkt mij typisch Rotterdams, want Rotterdam is toch de enige echte autostad van Nederland.

Een levensgrote maquette

Als ik onder de Beukelsbrug doorloop, loop ik meteen de stad uit. Hier geen woningen meer maar een gevangenis, penitentiaire inrichting De Schie. Dat is een berucht ontwerp van Carel Weeber dat er met zijn felgekleurde gele en blauwe tegels uitziet als een zwaarbewaakt zwembad. En pal aan de overkant de beroemde Van Nelle fabriek – ik had me nooit gerealiseerd dat dit modernistisch monument pal tegenover een postmodern monument staat.

Speciaal voor voetgangers zit aan de brug een smal spiraaltrapje waarmee je de brug op kan. Dat ziet er zeer uitnodigend uit, maar ik weersta de verleiding want vanaf mijn kant heb ik beter zicht op de Van Nelle fabriek. Ik heb het gebouw wel eens vanuit de trein gezien, maar nog nooit ‘in het echt’. Het ziet er op het eerste gezicht net zo indrukwekkend en tegelijkertijd elegant uit als op de vele foto’s die ik er natuurlijk ook van gezien heb. Maar het is al lang geen werkende fabriek meer, er staat nu een enorm bord naast waarop potentiële huurders gelokt worden; op de website vind ik later dat ze zichzelf beschouwen als ‘Inspirerende ontmoetingsplek’, geschikt als ‘Eventlocatie, kantorencomplex en meer’. Het klinkt nogal wanhopig, het is blijkbaar moeilijk het functionalistische gebouw weer te laten functioneren. Bij nader inzien staat het gebouw er eigenlijk een beetje verloren bij, als een museumstuk, een levensgrote maquette.

”Het is blijkbaar moeilijk het functionalistische gebouw weer te laten functioneren.”

Spaanse Polder

Ik loop langs de gevangenis, over een fietspad dat na de gevangenis met een bruggetje over een zijkanaal gaat. Daarna ligt er opeens tussen het kanaal en het fietspad een schelpenpad. Dat loopt lekker, en het zou bovendien lekker klinken, als het geraas van het verkeer niet overal bovenuit zou komen. Als ik onder de Giessenbrug door loop, zie ik opeens een grote woonwijk, met flats, liggen – ik heb de stad nog helemaal niet verlaten. Nu is het is verleidelijk het schelpenpaadje, dat na de Giessenbrug gewoon verder gaat, te blijven volgen, maar omdat ik de locatie wil zien waar Rubén zijn foto heeft gemaakt, steek ik toch via de brug over.

Rubén had al gezegd dat de Spaanse Polder, zoals het hier heet, wel wat ruiger, wat ‘Rotterdamser’, zou zijn dan de Binckhorst, het industrie- en bedrijventerrein met eigen haven dat aan andere uiterste van De Schie ligt, bij Den Haag. Dat blijkt niets teveel gezegd. Van schelpenpaadjes is hier geen sprake meer. Eigenlijk is hier helemaal geen plaats voor voetgangers, laat staan wandelaars. Het is ook werkelijk bedrijvig op dit industrieterrein, en behoorlijk druk op de industrieweg die er dwars doorheen voert. De Binckhorst wordt ‘vernieuwd’ tot een gebied waar gewerkt en gewoond kan worden, maar van een dergelijk soort ‘gentrificatie’ is hier nog lang geen sprake. Dit gebied hoeft niet opnieuw aantrekkelijk te worden, het is blijkbaar nog aantrekkelijk voor bedrijven. Maar dus niet voor wandelaars… hoewel ik de ontmoeting die ik op de hoek van de Industrieweg met de Breevaartweg had, niet graag had willen missen: daar stond ik plotseling oog in oog met een bontgekleurde mannetjes fazant.

Zekerheid of avontuur

Iets eerder, op de hoek Gissenweg-Industrieweg, loop ik de setting van Rubéns foto binnen, de Bornissehaven, een doodlopende zijarm (‘insteekhaven’) van De Schie. Er ligt een boot waaraan gewerkt wordt, met enige fantasie zou je het een scheepswerf kunnen noemen. Zoals op de foto nog net te zien is, staat aan de andere kant van de weg ‘Het funderingshuis.nl’, gespecialiseerd in het onderzoeken versterken van funderingen: ‘De totaaloplossing voor jouw verz(w)akte fundering’.

De scheepswerf en het funderingshuis… Ik sta even te mijmeren over de schoonheid hiervan: hier staan twee soorten bouwen naast, of beter gezegd: tegenover elkaar, namelijk ‘huizenbouwen’ en ‘schepenbouwen’. Bij de ene soort bouwen gaat het om het bieden van vastigheid en zekerheid. Bij de andere juist om wendbaarheid, drijfvermogen en avontuur. Een meer fundamentele aanpak staat tegenover een meer fatalistische aanpak: ‘We zien wel waar het schip strandt…’.

Dat laatste lijkt op de een of andere manier aantrekkelijker dan het eerste, maar of het dat ook echt is, valt te betwijfelen. Ik vertelde een bevriende architect ooit dat ik zo langzamerhand het dak als belangrijkste onderdeel van het huis was gaan beschouwen – ‘dakloos’ is niet voor niets een synoniem voor thuisloos. Ik beweerde dat het dak belangrijker is dan de fundamenten en dat niet de hut maar de tent (eigenlijk niets meer dan een dak) als het ware de oervorm van het huis is. De architect wees mij er echter terecht op dat ik het belang van het fundament onderschat had en dat het sowieso onzin is die twee tegenover elkaar te zetten. Een tent kan immers slechts goede bescherming bieden als je de juiste locatie en ondergrond hebt gekozen, en een dak kan alleen maar bescherming bieden als dat dak stevig, goed gefundeerd staat.

Toch blijf ik erbij dat het ‘fundamentele bouwen’ wat kan leren van het scheepsbouwen, namelijk dat ook een stevig gefundeerd gebouw moet kunnen ‘drijven in de tijd’. Als je, zoals bij de Van Nelle fabriek dreigt, teveel vasthoudt aan de oorspronkelijke uitgangspunten (‘fundamenten’), dan zou het bouwwerk wel eens onbruikbaar of zelfs overbodig kunnen worden… Misschien bedoel ik niet meer dan dat het bouwen nooit klaar is en dat ‘bouwen’ neerkomt op steeds weer verbouwen.

Dwalen

De verleiding is vervolgens groot de rest van wandeling ook maar op zijn beloop te laten. Ik heb echt zin om te dwalen en te zien waar de wind mij brengt… Maar dit bedrijventerrein blijkt daar volkomen ongeschikt voor. Na een kwartiertje Industrieweg ben ik opgelucht als ik in de verte een kerktoren zie: eindelijk een teken van leven. Ik probeer er naartoe te lopen. Maar dan wordt dwalen vérdwalen en wordt het bovendien laat. Als ik op een bushalte stuit kan ik de verleiding niet weerstaan. Binnen mum van tijd ben ik op Centraal Station Rotterdam en neem ik de trein naar huis.

Eenmaal thuis ontdek ik dat de kerk die ik gezien heb de Grote Kerk van Overschie is. Misschien is dat een goed startpunt voor een volgende verkenning. Hoewel het er voorlopig niet naar uitziet dat ik in verband met de coronacrisis niet op pad kan. Maar bij het zoeken op Google Maps naar die kerk, vond ik binnen mum van tijd ook allerlei websites die van alles te vertellen hebben over de geschiedenis van het gebied… Misschien moet het een ‘virtuele verkenning‘ worden.


Dit is de tweede uit een serie waarvoor fotografen Christian van der Kooy en Rubén Dario Kleimeer en filosoof Pieter Hoexum een jaar lang op ontdekkingstocht zijn in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De druk op de ruimte is hoog, waardoor de ruimte snel verandert. Steden kloeken aan elkaar. Waar houdt Rotterdam op en begint Delft? En hoe gaat Delft via Rijswijk over in Den Haag? Is er in het tussengebied nog sprake van het zogenoemde ‘vredige platteland’? Zijn er nog onbestemde plekken waar ongeplande activiteiten kunnen plaatsvinden?

Christian en Rubén maken in hun ontdekkingstocht gebruik van de aloude waterweg Delftse Schie, Zuidvliet, Rijn-Schiekanaal, die Rotterdam en Den Haag met elkaar verbindt, als de rode draad van hun fotografie. Ze vertrekken daarbij vanuit hun eigen woonplaats; Rubén uit Rotterdam en Christian uit Den Haag, en werken naar elkaar toe. Parallel aan deze fotoserie bezoekt filosoof Pieter Hoexum als buitenstaander het gebied en deelt met ons zijn bevindingen.

Lees en bekijk het eerste dubbelverhaal ‘Tang en Varken’ hier.

Foto: Christian van der Kooy