Uitgevlogen?

Om iets voor tien ’s ochtends kom ik aan op de parkeerplaats bij het hoge gebouw van de Faculteit Luchtvaart en Ruimtevaarttechniek van de TU Delft. Dat is iets eerder dan afgesproken met fotograaf Christian van der Kooy, ik heb nog net tijd wat om me heen te kijken en wat eerste notities te maken: ik kwam hier via de A13, nam een afslag…  en leek pardoes op een bedrijventerrein in aanbouw terecht te zijn gekomen.

Daar komt Christian al aanlopen, hij heeft zijn auto verderop langs de weg geparkeerd. Ik laat hem meteen de Atlas van de Schie zien, die ik zoals afgesproken, speciaal heb meegenomen. Ik vertel dat ik in eerste instantie nogal schrok van deze atlas, omdat het erop leek dat al ons werk, al onze verkenningen vergeefs zullen zijn. In die atlas lijkt toch alles te staan wat er te zeggen valt: 2500 jaar geschiedenis, met veel foto’s, veelal luchtfoto’s en vooral een aantal mooie, zeer verhelderende kaarten. Het is een echte atlas. Christians oog valt meteen op een van de kaarten. Hij wijst aan, kijk daar, die eendenkooi, die was van een van mijn voorvaders, mijn familienaam komt daarvandaan: “Van der Kooy”.

Verwonderen

We bladeren wat door de atlas en komen al snel tot de (voorlopige) conclusie dat mijn zorgen bij nader inzien voorbarig waren. De atlas geeft, hoe kan het eigenlijk ook anders, overzicht, zowel in de tijd als in de ruimte. Het laat de ‘lange lijnen’ zien en probeert die zelfs te begrijpen en te verklaren. Wij proberen het gebied dichter op de huid te zitten, nemen steekproeven en mogen ons verliezen in details. Kortom, wij zijn hier toch vooral om ons te verwonderen. Bijvoorbeeld over een vreemd object, een ‘vliegtuig-ruïne’, achter het gebouw.

Wij proberen het gebied dichter op de huid te zitten, nemen steekproeven en mogen ons verliezen in details

Ook deze foto is, net als de derde in deze serie, een soort ‘corona-foto’. Op het moment dat Christian de foto nam, stonden namelijk de vliegtuigen in heel Nederland en bijna overal ter wereld, nog aan de grond, terwijl de verkoop van fietsen record na record brak. Het is eigenlijk een optimistische, hoopvolle foto: zal de oude, alledaagse techniek van de fiets de moderne hightech van het vliegtuig verslaan? Dat blijkt meteen al ijdele hoop en verderop tijdens de wandeling nog een keer.

flying-V

Vlakbij de ‘vliegtuigruïne’ staat een afgedankt propeller vliegtuig, waarbij alleen de motoren zijn verdwenen. Christian vraagt zich hardop af of ze misschien gestolen zijn. Op dat moment loopt net een technicus van de TU, een soort amanuensis, voorbij. “Nee”, zegt hij, “die hebben de jongens van de HTS uit Amsterdam meegenomen. Ze kunnen er lekker aan sleutelen… Ze proberen de ene motor elektrisch te maken en de andere op waterstof te laten draaien…” We raken in gesprek en voor dat we het weten lopen we achter hem aan een groot gebouw binnen. Hij ziet waarschijnlijk vliegtuigfanatici in ons, want hij gaat ervan uit dat we voor de flying-V’ komen, hoewel geen van beiden daar ooit van gehoord heeft. Die is jammer genoeg net naar Duitsland om getest te worden, maar hij kan wel het model laten zien… We passeren draaibanken en half afgebouwde vliegtuigen en een heuse raket: “Die hebben ze vorige week gelanceerd en het is toch zonde om hem dan maar weg te gooien…” Dan zien het model van een fonkelnieuw type vliegtuig, in de vorm van een V, al doet het mij eerder denken aan boemerang.

Dan zien het model van een fonkelnieuw type vliegtuig, in de vorm van een V, al doet het mij eerder denken aan boemerang

Door de speciale vorm zal dit vliegtuig twintig procent zuiniger zijn en misschien wel meer passagiers mee kunnen nemen. Het model en het prototype zijn helemaal hier gemaakt: “Prachtig werk, we doen hier alles… van haver tot gort…”. Maar nu moet de amanuensis weer verder. Wij lopen achter hem naar buiten, maar lopen dan de andere kant op. We lopen een soort terrasje op van een Italiaanse koffiebar. De campus ziet er eigenlijk nogal verlaten uit, maar misschien komen hier straks alle techneuten hun gebouwen uit om koffie te drinken en lunchen. Voor lunch is het nu nog te vroeg, maar verleiding van de koffie kunnen we niet weerstaan. De bediening spreekt alleen maar Engels, met een vet Italiaans accent, en serveert fantastische koffie.

Campussfeer

Na de koffie lopen we verder over de campus, onze neus achterna. Het is vrijwel uitgestorven maar voelt wel degelijk aan als een campus: in de schaduw van verschillende rijen bomen liggen in het kortgeschoren gras verschillende wandelpaden van natuursteen, of in elk geval van een bestrating die veel luxueuzer aanvoelt dan gewone stoeptegels. Langs de paden staan sobere maar ook wel chique zitgelegenheden en er is een overvloed aan fietsstandaards. Het gebouw waar we langs lopen, van de TNW Applied Sciences, ziet er nieuw en fris uit, met een bijna zuidelijke uitstraling. Dat is een contrast met het sombere, betongrijze gebouw van het Reaktor Instituut waar we vervolgens tegenaan lopen. We lopen om het gebouw van Applied Sciences heen, en dan is de campussfeer plotseling helemaal verdwenen. Achter het gebouw ligt een uitgestrekt veld braak, met hoog opgeschoten gras en hier en daar een gebouw in aanbouw. Tussen het gras staan veel bloemen trouwens, en we zien een eend scharrelen. We lopen naar het gebouw van Deltares, dat in een soort vijver ligt. Een prachtige vijver, waar rijst of iets dergelijks in wordt gekweekt. We besluiten naar een laatste locatie te lopen op de campus, het Nederlands Metrologisch Instituut.

Achter het gebouw ligt een uitgestrekt veld braak, met hoog opgeschoten gras en hier en daar een gebouw in aanbouw

Achter het instituut wil Christian me iets laten zien. Ook hier was hij al eerder om foto’s te maken, onder andere van een wonderlijk apparaat dat hier in de berm staat: een hoge stortbak van wel vier meter waarmee je kleine vloedgolven kunt maken en dijken mee kan testen. We stappen over een lage afrastering en zien verderop steeds meer opstellingen waarmee geëxperimenteerd wordt met ‘watermanagement’: vijvers, sluisjes, zandzakken, enzovoorts. Op de achtergrond raast de A13, we kijken tegen de achterkant van een Burger King langs de snelweg aan. Toch zien we ook in de verte, aan de overkant van een vaart, het natuurgebied waar ik graag nog heen wil.

Op weg naar een brug over de vaart lopen we langs een soort kinderboerderij, een hobbyboer die hier in een weiland in wat oude keetjes geiten en pony’s houdt en die je op dit soort plekken altijd lijkt te treffen. We steken de Symbiobrug over, een opvallend rood gevaarte. De brug is bedoeld als symbool voor de interactie tussen natuur en technologie, maar lijkt eerder een soort statement: hier begint de campus van de TU Delft, hier neemt de techniek het van de natuur over. Wij lopen de andere kant op, de natuur in. Hoewel, we lopen naar het Melarium, centrum van natuur, bijen en kunst.

Het Melarium is een vreemd, abstract gebouwtje dat je al van verre ziet: het is een soort reusachtige, wel vier meter hoge, draadloze design speaker. Het is een kunstwerk dat hoort bij het beeldenpark van Land Art Delft, maar doet ook dienst als ‘clubhuis’ voor een imkervereniging. Het gebouwtje heeft een dakterras dat je via een trap kunt bereiken, vrij toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang (net als het hele beeldenpark). Vanaf dat dakterras heb je een prachtig uitzicht over de omgeving. Je ziet de hoogbouw van de TU delft, een hoge kraan bij de Schie, en de hoogbouw van Rotterdam aan de horizon. En natuurlijk ook weer de A13, met benzinepomp en Burger King. En dichterbij de andere beelden van dit beeldenpark.

Boerenpad

Vanaf het dakterras heb je echt overzicht, zie je grotere structuur, het grote plaatje. Hoe rommelig en chaotisch ook, het landschap wordt begrijpelijk, wordt leesbaar. Het is alsof je live een blik in de Atlas van de Schie werpt. Hoe mooi dat ook is, ik sta te popelen naar beneden te gaan om verderop door de velden te zwerven en het landschap vanaf ooghoogte te verkennen. Christian loopt terug naar zijn auto, want de omweg die ik nu ga maken is nog zo’n anderhalf uur lopen. Ik had van tevoren al wat informatie ingewonnen en gezien dat verderop een ‘boerenpad’ begint. De onverharde paden die we vanaf de brug liepen waren al heerlijk, maar dit is nog mooier: ik verlaat de gebaande paden helemaal en zwerf door het vrije veld. Hier en daar staan paaltjes met schildjes zodat je de goede richting kan houden en er zijn een paar bruggetjes en overstapjes over hekken.

Ik verlaat de gebaande paden helemaal en zwerf door het vrije veld

Staatsbosbeheer kon het natuurlijk niet laten ook bij deze natuur een bordje te zetten. Ik blijk hier te gast te zijn bij boer Arie en boer Hans, ik loop over hun land. Dat mag niet in het broedseizoen van 15 maart tot 15 juni. Het bord vermeldt nog dat er hier veel weidevogels broeden, o.a. de tureluur, die ik inderdaad herken aan zijn paniekerige roep (“tuuuuk, tuuuuk…”). Ook zie ik kieviten, grutto’s en scholeksters. En heel veel ganzen, die eigenlijk niet aan de kant willen. De koeien die in een wei staan waar ik doorheen loop, gaan trouwens ook tergend langzaam en met zichtbare tegenzin aan de kant. En dan wordt deze ‘pastorale’, deze agrarische idylle, ruw verstoord door het lawaai van een opstijgend vliegtuig… Dat is waar ook, verderop ligt vliegveld Zestienhoven. Het vliegen is weer op gang gekomen.


Dit is het vijfde dubbelverhaal uit een serie waarvoor fotografen Christian van der Kooy en Rubén Dario Kleimeer en filosoof Pieter Hoexum een jaar lang op ontdekkingstocht zijn in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De druk op de ruimte is hoog, waardoor de ruimte snel verandert. Steden kloeken aan elkaar. Waar houdt Rotterdam op en begint Delft? En hoe gaat Delft via Rijswijk over in Den Haag? Is er in het tussengebied nog sprake van het zogenoemde ‘vredige platteland’? Zijn er nog onbestemde plekken waar ongeplande activiteiten kunnen plaatsvinden?

Christian en Rubén maken in hun ontdekkingstocht gebruik van de aloude waterweg Delftse Schie, Zuidvliet, Rijn-Schiekanaal, die Rotterdam en Den Haag met elkaar verbindt, als de rode draad van hun fotografie. Ze vertrekken daarbij vanuit hun eigen woonplaats; Rubén uit Rotterdam en Christian uit Den Haag, en werken naar elkaar toe. Parallel aan deze fotoserie bezoekt filosoof Pieter Hoexum als buitenstaander het gebied en deelt met ons zijn bevindingen.

Bekijk hieronder de kaart van hun ontdekkingstocht door de MRDH en de eerste vier dubbelverhalen: