10   +   7   =  

Authenticiteit is een belangrijk begrip bij restauratie of herbestemming. Het authentieke materiaal is de echte, oorspronkelijke bron waarvan we kunnen leren over oude ambachten en bouwhistorie. Het idee dat ik authentieke materialen, profielen, details aanraak die zo lang geleden gemaakt zijn en al door zo veel handen gegaan zijn, geeft mij zelf een plek in die geschiedenis.

Tot voor kort had ik mij nooit zo verdiept in het begrip ‘authenticiteit’. Het blijkt vrij nieuw te zijn. Toen in de negentiende eeuw wetenschappelijk onderzoek ontstond, werd voor het eerst het begrip ‘authentiek’ gebruikt om echte bronnen te onderscheiden van valse. Al snel ging authenticiteit daarom over waarheid. Tegenwoordig wordt het begrip zelfs overdrachtelijk gebruikt voor personen of bedrijven om ze als betrouwbaar aan te duiden.

Bij een herbestemming wordt veel waarde gehecht aan behoud van het authentieke materiaal. Ook als er een reconstructie plaats vindt, is dat doorgaans alleen toegestaan als deze gebaseerd is op wetenschappelijke, betrouwbare bronnen: authentieke bronnen. Maar is de reconstructie dan ook authentiek?

Bij een herbestemming wordt veel waarde gehecht aan behoud van het authentieke materiaal

Authentiek versus oorspronkelijk

Een interessante discussie deed zich voor bij het vervangen van het interieur van het Rembrandthuis te Amsterdam in 1998. Het interieur dat architect Karel de Bazel in 1911 had ontworpen, bleek geen goede reconstructie te zijn van het oorspronkelijke 17de eeuwse interieur, maar een eigentijdse interpretatie hiervan. Het museum wilde deze ‘fout’ herstellen door met voortschrijdend inzicht door historicus Zandkuijl opnieuw een 17de eeuws interieur te laten reconstrueren. Er is toen een felle discussie geweest tussen de stad en het museum over de vraag wat meer authentiek is: een reconstructie gebaseerd op authentieke bronnen of een bestaand art nouveau interieur van architect de Bazel? Uiteindelijk is voor het interieur van De Bazel elders een goede bestemming gevonden en heeft het museum een nieuw interieur gekregen. Ik vind dit voor een museum een begrijpelijke keuze, omdat je het publiek iets wilt leren over de schilder en zíjn tijd.

Authentiek versus betekenis

Voor ons in het westen draait authenticiteit in de restauratie vooral om het oorspronkelijke materiaal, de gelaagdheid van de tijd die daarin voelbaar is. In andere culturen, zoals het verre oosten, is er meer erkenning voor authenticiteit in betekenis. Daar wordt een tempel die om de paar honderd jaar van de grond af opnieuw is opgebouwd, nog steeds gezien als authentiek uit bijvoorbeeld de 8ste eeuw. Authenticiteit zit voor hen in het gebruik van hetzelfde soort materiaal en dezelfde techniek, in het doorgeven van eeuwenoud vakmanschap en in het voortbestaan van de spirituele betekenis van de plek. Hoewel er in de gespecialiseerde vakwereld al ruim 20 jaar erkenning is voor deze uitleg van authenticiteit, blijkt de westerse blik hardnekkig. Zo staat op de webpagina van de Encyclopaedia Britannica bijvoorbeeld nog steeds dat de huidige Grote Tempel van Nara in Japan een reconstructie is, want immers volledig in nieuw materiaal. De werkelijkheid ligt genuanceerder.

Spirituele authenticiteit

Tegelijkertijd kennen wij deze spirituele authenticiteit ook, bijvoorbeeld in de vorm van relikwieën van katholieke heiligen. Voor gelovigen is er geen wetenschappelijk bewijs nodig dat het om authentieke overblijfselen gaat. De overlevering en het verhaal zijn voldoende. Hetzelfde geldt voor de boekenkist waarin Hugo de Groot in 1621 ontsnapte uit Slot Loevestein. Hiervan zijn drie “authentieke” exemplaren bewaard in vooraanstaande Nederlandse musea. Met wetenschappelijke bewijsvoering kun je wel aantonen of de kisten inderdaad uit de 17de eeuw komen, maar niet in welke van de drie Hugo daadwerkelijk zat. Het verhaal van de overlevering – verkregen uit handen van bewezen familieleden, reeds sinds mensenheugenis als zodanig in de collectie, of altijd bewaard op de plaats delict – blijkt dan even belangrijk als het materiaal.

We hechten dus toch extra waarde aan een object of gebouw omdat er een beroemd persoon – Hugo de Groot – of een bekend architect – Karel de Bazel – bij betrokken is (geweest). Dan blijkt authenticiteit toch ook voor een belangrijk deel een verhaal te zijn. Een verhaal dat misschien meer zegt over ons zelf dan over het object.