5   +   1   =  

“Wanneer je een circulair gebouw wilt neerzetten, dan is je eerste stap altijd onderzoeken welke materialen of producten je kunt hergebruiken”, aldus Hans Hammink, Associate en seniorarchitect bij de Architekten Cie. Als projectarchitect was hij intensief betrokken bij de totstandkoming van Circl, het circulaire paviljoen van ABN AMRO aan de Zuidas. Volgens Hammink is het belangrijk dat architecten vast voorsorteren op het feit dat in 2030 alle nieuwbouw voor 50% circulair moeten zijn: “Bouwen is een langzaam proces. Het kan heel goed zijn dat je momenteel als architect bent betrokken bij de planfase en dat het gebouw er pas over tien jaar staat. Tegen die tijd heb je met een hele andere regelgeving te maken.”

Wat betreft het hergebruik van materialen zijn de 16.000 ingezamelde spijkerbroeken voor de isolatie van Cirl, groot in het nieuws geweest. Hammink is echter vooral trots op de houten puien van de vergaderzalen in de kelder. “Ik werd gebeld door New Horizon dat ze een stapel puien uit een oud Philips-gebouw hadden liggen die wij misschien wel konden gebruiken. Terwijl ik daar naartoe reed, had ik al besloten dat ik ze hoe dan ook zou toepassen. Maar toen ik aankwam zag ik een stapel vieze, gedeukte houten puien liggen. De moed zonk me in de schoenen. Tot mijn verbazing zijn het nu de elementen die veel mensen erg mooi vinden”, vertelt Hammink.

Inmiddels werkt hij aan meerdere circulaire projecten, maar de toepassing van hergebruikte materialen en producten is altijd een uitdaging. Daarom een lijstje met do’s en don’ts voor architecten die hier ook mee aan de slag willen.

DO

“Stel je open voor alles wat op je pad komt en laat de controle op het eindbeeld zoveel mogelijk los. Je weet van tevoren niet wat het eindresultaat is. Een ding is zeker: het wordt sowieso geen strak wit gebouw. Dat is op het begin onwennig, maar het levert uiteindelijk een rijk beeld op.”

DO

“Neem in het begin van het ontwerpproces de tijd om bruikbare materialen en producten te vinden. Werk je aan een opdracht voor een gemeente, dan hebben ze vaak ergens een werf waar bergen met bestrating liggen of onderdelen worden verzameld. Als je er op een andere manier naar kijkt, dan ligt die stapel keien niet meer in de weg, maar is het een bron van grondstof voor het nieuwe gebouw. Vanuit dit perspectief bekeken, heeft de aannemer misschien nog wat liggen. Daarnaast kun je contact opnemen met bedrijven zoals New Horizons die bruikbare materialen en grondstoffen uit gebouwen halen. Bovendien realiseren steeds meer slopers dat ze niet een overschot aan afval hebben, maar aan grondstoffen.”

DO

“Pas zo min mogelijk materialen en producten toe en zorg ervoor dat wat je toepast, zo min mogelijk bewerkt hoeft te worden en gemakkelijk te onderhouden is. Bewerking en onderhoud kost immers – naast energie – ook extra materiaal. Dit past niet bij je doel om zo efficiënt mogelijk materialen toe te passen.”

DO

“Onderzoek ook de mogelijkheden van huren. Zo zit in de Circl een lift van Mitsubishi Elevator Europe die niet van ABN AMRO is. De bank huurt de lift per liftbeweging. Enige nadeel hiervan is dat wanneer ABN AMRO het paviljoen wil verkopen, de lift niet bij de prijs inzit.” 

DO

“Zorg dat je – ondanks dat je de controle loslaat – een mooi gebouw maakt waar mensen van gaan houden. Voorkom dus dat het eindresultaat een ratjetoe van materialen wordt, door bij te sturen en esthetische keuzes te maken. Wanneer je dit op een consequente manier doet, dan is het eindresultaat een samenhangend geheel en toon je jouw toegevoegde waarde als architect.”

DON’T

“Vergeet niet dat de houding van je opdrachtgever alles bepalend is. Als architect ben je een dienstverlener. Je adviseert je opdrachtgever. Wanneer je opdrachtgever jou niet steunt, dan kom je nergens. Ondervang daarom de onduidelijkheid over het eindresultaat door intensief contact te onderhouden. Breng je ontwerpkeuzes goed in beeld en betrek haar of hem bij elke tussenstap.”

DON’T

“Verwacht niet dat wanneer je een mooie partij hebt gevonden, je het ook meteen kunt gebruiken. Je hebt ze niet zonder slag of stoot in je bezit. In de praktijk moeten heel veel mensen wennen aan deze nieuwe manier van kijken, ook degenen die over de gevonden materialen of producten gaan. Er zijn immers geen duidelijke procedures voor. Daarnaast is het onduidelijk hoe je deze oude materialen en producten waardeert. Het is bijvoorbeeld heel lastig om er een certificaat voor te krijgen. ”

DON’T

“Maak geen gebruik van ‘natte’ verbindingsmiddelen, zoals lijm, pur of kit. Pas wanneer je alle hergebruikte onderdelen demontabel zijn, kun je ze opnieuw gebruiken en behouden ze hun waarde.”

DON’T

“Denk niet dat je door de toepassing van hergebruikte materialen en producten goedkoper uit bent. Ons belastingstelsel is erop gericht dat arbeid hoog wordt belast en materialen niet. Om circulair te bouwen, moet je vooral investeren in denkkracht, waardoor er al snel een prijskaartje aanhangt.”

Dit interview met Hans Hammink is geschreven in opdracht van de BNA Academie (bekijk hier ook het actuele cursusaanbod), voor het Digizine van 2019.