fbpx

Vreemde plekken zijn ook plekken

Dit keer geen route, maar een plek: het Kleinpolderplein. Een vreemde, misschien wel bizarre plek, waarvan je je bovendien moet afvragen of het wel een plek is. Het is in de eerste plaats een verkeersknooppunt, maar dan één waar nauwelijks een touw aan vast is te knopen, of liever gezegd: waar teveel touwen aan vast geknoopt zijn. Het is een kluwen van wegen, een spaghettiknooppunt, een gordiaanse knoop. Zo, maar dan in honderdvoud, stel ik me Los Angeles voor. Op dit soort plekken zie je in een oogopslag dat Rotterdam niet alleen een havenstad en dus “schepen-stad” is, maar ook een autostad.

Het lijkt me toepasselijk met de auto naar het Kleinpolderplein te komen, over de A-13, parallel aan de Schie. Zodra ik de auto uitgestapt ben en het “plein” op gelopen ben, heb ik het gevoel in Rotterdam te zijn: de geur van diesel en benzine, het constante geraas van de auto’s, alles is groezelig van het roet, en de verbazing dat mensen wonen tot bijna op het verkeersplein. Als ik fotograaf Christian, met wie ik hier afgesproken heb,  hierover vertel, merkt hij op dat toch ook in Rotterdam de auto langzamerhand uit de gratie raakt en er in het centrum steeds meer ruimte komt voor voetgangers. Ook het Kleinpolderplein zal in de loop der tijd voor automobilisten minder belangrijk en dus minder druk worden, omdat de A16 wordt verlengt, om vliegveld Zestienhoven heen, om bij Berkel en Rodenrijs op de A13 aan te sluiten.

Balzaal voor muurbloempjes

Zal het verkeersplein een echt plein kunnen worden? Of een park, zoals de Rotterdamse kunstenaarsgroep Observatorium heeft bedacht: het Kleinpolderplein als een soort stadspark, zoals de High Line in New York (een park aangelegd op het traject van een in onbruik geraakte goederenspoorlijn). Op 16 april 2016 namen ze een voorschot: op die “autoloze zaterdag” was het Kleinpolderplein (gedeeltelijk) het domein van “flaneurs”.

Op die “autoloze zaterdag” was het Kleinpolderplein (gedeeltelijk) het domein van “flaneurs”.

Eerder al, in 2011, had Observatorium samen met CBK Rotterdam, op het Kleinpolderplein, onder de A13, een heus openluchtmuseum gemaakt: het Museum voor Verweesde Beelden van Rotterdam. Op een groot “waterplein” (een bassin waarin het water na een stortbui opgevangen kan worden) zijn in een raster 15 zwarte sokkels geplaatst, die in de loop der jaren gevuld zullen worden kunstwerken die elders in de stad om een of andere reden ‘over zijn’ of ‘weg moeten’.

Met zijn geweldige foto van de vissers op het Kleinplolderplein had Christian me er al van overtuigd dat we daar een kijkje moesten nemen. Maar toen hij ook een andere foto toonde, van één van de verweesde beelden, intrigeerde die zo dat ik bij wijze spreken meteen in de auto wilde stappen om het met eigen ogen te zien. Bovendien is het museum voor verweesde beelden open. En dat terwijl die week de Nederlandse musea hun deuren hadden moeten sluiten vanwege de tweede golf met coronabesmettingen. Maar dit museum is 24 uur per dag, 365 dagen in het jaar toegankelijk. En gratis.

We dalen de trap af naar het bassin/museum. Eerst valt weer vooral die roet laag en het geraas van het verkeer op, maar na een kwartier valt dat al nauwelijks meer op. Het waterplein begint waarachtig een beetje aan te voelen als een museumzaal. Lang niet alle sokkels zijn bezet. Op een zo’n lege sokkel ligt een emmer en een baksteen… Het zou zo maar een kunstwerk van Wim T. Schippers kunnen zijn. Het is misschien moeilijk dit lieve museum helemaal serieus te nemen, maar dat hoeft ook helemaal niet. Het is ludiek in de beste zin van dat woord: speels. Je vindt hier dan wel geen meesterwerken, het is evengoed een balzaal voor muurbloempjes.

Torteltuin

Nu we hier toch zijn, verkennen we het Kleinpolderplein verder. Dat kan prima te voet! Opvallend eigenlijk dat dat kan. Het Kleinpolderplein is helemaal geen ‘Amerikaanse toestand’,  het is met zijn toegankelijkheid voor voetgangers en vooral voor fietsers heel erg Nederlands. Daardoor heeft het verkeersplein toch iets weg van een echt plein. Christian en ik lopen er ruim anderhalf uur rond en vervelen ons geen moment.

Op de brug blijven we even staan om te genieten van het uitzicht. In de verte zien we de Van Nellefabriek.

We lopen ook even naar de brug over het Schie-Schiekanaal, een zijtak van de Delfshavense Schie. Op de brug blijven we even staan om te genieten van het uitzicht. In de verte zien we de Van Nellefabriek. Hier komen we even op adem. Het water geeft zoals altijd meteen rust en kalmte. Ik begin meer van vissers te begrijpen.

Helemaal aan het einde van onze verkenning wacht ons nog een verrassing: Klein Poldertje. Vlak achter het Kleinpolderplein is een plantsoentje omgetoverd tot een natuurlijke, wilde speelplaats. Een soort Torteltuin!

Niet-plek of rare plek

Op de heenweg vroeg ik me nog af of je het Kleinpolderplein wel een plek kan noemen. Is het niet juist een goed voorbeeld is van wat Marc Augé genoemd heeft een “niet-plek”, dat wil zeggen een plek waar anonimiteit heerst, een kleurloze en karakterloze plek. Een plek zonder “duidelijke identiteit”, zoals dat tegenwoordig heet. Of het Kleinpolderplein zo’n onbestemde, unheimische niet-plek is, valt nog te bezien. Voor de langsrazende automobilist vast wel, en wellicht ook voor de passerende fietsers. Maar als je even uit- of afstapt en rondloopt, als je je geduld even bewaard, zie je steeds duidelijker dat het een plek is: een plaats waar af en toe mensen komen. Maar wel een rare plek.

Dit is het zesde dubbelverhaal uit een serie waarvoor fotografen Christian van der Kooy en Rubén Dario Kleimeer en filosoof Pieter Hoexum een jaar lang op ontdekkingstocht zijn in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De druk op de ruimte is hoog, waardoor de ruimte snel verandert. Steden kloeken aan elkaar. Waar houdt Rotterdam op en begint Delft? En hoe gaat Delft via Rijswijk over in Den Haag? Is er in het tussengebied nog sprake van het zogenoemde ‘vredige platteland’? Zijn er nog onbestemde plekken waar ongeplande activiteiten kunnen plaatsvinden?

Christian en Rubén maken in hun ontdekkingstocht gebruik van de aloude waterweg Delftse Schie, Zuidvliet, Rijn-Schiekanaal, die Rotterdam en Den Haag met elkaar verbindt, als de rode draad van hun fotografie. Ze vertrekken daarbij vanuit hun eigen woonplaats; Rubén uit Rotterdam en Christian uit Den Haag, en werken naar elkaar toe. Parallel aan deze fotoserie bezoekt filosoof Pieter Hoexum als buitenstaander het gebied en deelt met ons zijn bevindingen.

Bekijk hieronder de kaart van hun ontdekkingstocht door de MRDH en de eerste vijf dubbelverhalen: