Parel of dissonant?

Mijn driejaarstermijn bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Welstand) voor Amsterdams historisch centrum zit erop. Het leukste aan deze functie vond ik dat ik altijd op de hoogte was van wat er allemaal speelde in mijn eigen stad. Het moeilijkste vond ik om ontwerpen te beoordelen die een gat in het stedelijk weefsel vulden. Vooral bij een ontwerp gebaseerd op het contrast met de omgeving, was het vaak lastig in te schatten: wanneer wordt het een parel en wanneer een dissonant?

Volgens de welstandscriteria van Amsterdam moet een nieuw gebouw zich qua ontwerp voegen in de omgeving. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met verhouding en ritmiek, materiaalgebruik, dieptewerking en kleurkeuzes. Alleen een project van een bijzondere schoonheid, een parel die iets toevoegt aan de kwaliteit van de stad, mag hiervan afwijken. Een hele letterlijke interpretatie van ‘voegen in de omgeving’ is het historiserende ontwerp. Dubbele beglazing, dikkere gevelopbouw en moderne bouwmethoden maken het echter onmogelijk om een exacte kopie te maken van een historische gevel. Daarom proberen veel ontwerpers een ‘moderne interpretatie’ van de historische gevel te maken. Soms lukt het goed. Dan is de nieuwe gevel familie van de omringende gevels door de belangrijkste karakteristieken over te nemen en blijft de straatgevel één geheel.

Contrast zoeken en kwaliteit toevoegen

Maar wat doe je als de omringende gevels een allegaartje zijn uit verschillende tijden en van zeer uiteenlopende kwaliteit? Welke karakteristieken neem je dan over? Het enige wat een goede ontwerper dan kan doen, is het contrast zoeken en kwaliteit toevoegen: een parel ontwerpen. Dat gaat over zaken als vakmanschap, ontwerpkracht en hoe de gevel zich houdt in de tijd – zowel qua materiaal als qua ontwerp. En dat zijn hele subjectieve zaken. Wat de een prachtig en gedurfd vindt, vindt de ander modegevoelig en schreeuwerig.

Uiteenlopende kwaliteit

De oplossing zit hem niet alleen in de kwaliteit van het ontwerp, maar ook in de kwaliteit van de omgeving. De schoonheid van Amsterdam is juist dat er gebouwen uit verschillende tijden en van uiteenlopende kwaliteit naast elkaar staan. Destijds waren dat ook niet allemaal parels. Af en toe staan er gedrochten tussen waarvan ik me afvraag wie dat ooit heeft toegestaan. Tegelijkertijd waardeer ik andere gebouwen hierdoor juist meer door het vakmanschap en de ontwerpkracht ervan te herkennen en te erkennen. Zoals in de muziek een dissonant de volgende toon mooier laat uitkomen, kan een afwijkende gevel juist aandacht vragen voor de kwaliteit van het geheel.

Ruimtelijke kwaliteit

Natuurlijk wil ik geen modegevoelige en schreeuwerige gebouwen in het historisch centrum van Amsterdam, maar ik maak me geen zorgen of een krachtig en kundig ontwerp een parel of een dissonant wordt. Het zal sowieso iets toevoegen aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad.

Wil je op de hoogte worden gehouden van al Kariannes colums? Meld je dan aan voor de wekelijkse nieuwsbrief!