Durf te dromen als Constant

Architectuur is niet statisch. Architectuur gaat over de dynamiek in gebruik en beleving en is daarmee continu aan verandering onderhevig. Architecten moeten daarom in situaties, scenario’s en activiteiten denken. In plaats van dat ze ruimtes ontwerpen, moeten ze aan de slag als een filmregisseur die storyboards maakt. Constant Nieuwenhuys kon dit als de beste. 

Door te denken in scenario’s, kan ik als architect toekomstbestendiger ontwerpen. Ik ontwerp niet voor een specifieke situatie, maar denk na over hoe het gebouw op de langere termijn gebruikt wordt. Veel gebouwen worden slechts een bepaald moment van de dag gebruikt, zoals sporthallen, scholen of kantoren.  Door flexibelere en aanpasbare gebouwen te ontwerpen kunnen we ervoor zorgen dat gebouwen veel intensiever worden ingezet. Door activiteiten als vertrekpunt te nemen ontstaat een duurzamere en meer exploitatiebewuste aanpak.

Ik ontwerp niet voor een specifieke situatie, maar denk na over hoe het gebouw op de langere termijn gebruikt wordt.

Een van mijn grootste inspiratiebronnen is dan ook Constant Nieuwenhuys (1920 – 2005): „Alles moet mogelijk blijven, alles moet kunnen gebeuren, de omgeving wordt gecreëerd door de activiteiten van het leven en niet andersom.” Hij verbeeldde zijn ideeën over een dynamische architectuur in het beeldende kunstproject New Babylon. New Babylon is het speelterrein van de homo ludens, de spelende mens, die volledig tot zijn recht kan komen als scheppend wezen, in overeenstemming met zijn diepste verlangens. Hij hoefde immers geen tijd te maken voor zaken die ook door machines uitgevoerd moesten worden.

Constant ontwierp een dynamisch labyrint dat voortdurend hervormd en aangepast kan worden door de bewoners. Het project is opgebouwd rond liften, trappen en ladders die beweegbare platforms met elkaar verbinden en programmeerbaar zijn. In deze ruimtes leiden de bewoners van New Babylon een nomadisch bestaan; ze worden ontwricht van alle bestaande gewoonten, normen en conventies. Hierdoor kon de mens zichzelf verder kon ontwikkelen. Constant dacht veel meer in situaties dan in ruimtes. Hij ontwierp vanuit een netwerk van activiteiten en belevenissen. Door deze over de bestaande wereld heen te zetten, zou er gaandeweg een nieuwe wereld ontstaan.

Constant zet niet de architectuur, maar de mens centraal. Precies wat architecten ook zouden moeten doen. Architectuur gaat erover hoe een gebouw wordt beleefd, gebruikt en geprogrammeerd. Architectuur is het canvas waar de gebruikers verdere invulling aan geven. Die invulling is ook weer veranderbaar. Dit gaat veel verder dan het programma van eisen.