“In elk project zoek ik naar het onverwachte”

“Op dit niveau werken is topsport.” Architect Do Janne Vermeulen (1977) begon haar carrière in Londen nadat ze was afgestudeerd aan The Bartlett School of Architecture. Terug in Nederland ging ze aan het werk bij architectenbureau Meyer en Van Schooten. “Op mijn eerste werkdag begon ik aan de renovatie van het ministerie van Financiën in Den Haag, een gigaproject met mijn 2,5 jaar ervaring.” Nu is ze een van de twee directeuren van Team V Architectuur. “Alleen als ik een goede directeur ben, kan ik goede architectuur maken.”

Het was niet vanzelfsprekend dat ik Do Janne Vermeulen mocht interviewen voor de rubriek Mevr. De Architect. Uiteindelijk ging ze overstag.

“Ik vind mijn vrouw-zijn geen issue. Bij ons werken op alle lagen in de organisatie even veel vrouwen als mannen. Ik heb het gevoel dat ik alleen maar voordeel heb gehad van dat ik vrouw ben. Vrouwen krijgen op dit moment relatief veel podium. We moeten die voordelen benutten door lef te tonen, ons uit te spreken en op de trommel te slaan. Architectuur is niet een vak dat je stilletjes kunt doen vanachter je bureau. Niet alleen omdat je een maatschappelijke mening moet hebben, maar ook omdat je projecten draait in teams. Goede communicatie is essentieel en daar zijn juist vrouwen heel goed in. Dat mogen we best meer uitdragen.”

Zeven jaar geleden kreeg je de kans om partner te worden bij Team V. Je was 35 jaar en naast twee ervaren mannen, Jeroen van Schooten en Gerard van Hoorn, kreeg je de leiding over een nieuw bureau. Hoe was dat?

“Het was super om samen iets nieuws op te zetten. De heren brachten een enorme bak aan ervaring mee waar ik veel van kon leren. Daardoor konden we snel stappen maken en groeien. Wel maakte ik me zorgen of ik naast Jeroen de kleine Do Janne zou blijven. Daar hebben we met elkaar ook veel over gesproken. Op het begin was het soms spannend. Dan kwam ik ergens alleen binnen en vroeg me af of ze misschien hadden verwacht dat Jeroen erbij zou zijn. Gelukkig is dit nu niet meer aan de orde. Jeroen is gul en geeft me veel ruimte.”

Veel vrouwen verlaten de branche rond de leeftijd dat ze moeder worden. Terwijl jij thuis twee kleine kinderen had rondlopen, werd je directeur.

“Als je grote projecten en een bureau wil runnen, dan heb je daar veel inzet voor nodig. Dit werk is daardoor niet altijd gemakkelijk om te combineren met mijn gezin, maar het voelt voor mij wel goed om het zo te doen. Ik heb er veel lol in om op dit niveau architectuur te maken en geniet ook volop van mijn meiden en man. Mijn functie kan niet in deeltijd. Ik heb een middag in de week vrij. Formeel werk ik dus 36 uur per week, maar daar blijft het niet vaak bij.”

Er zijn directeuren die het managen overlaten aan anderen en zich geheel wijden aan de lopende projecten. Hoe zie jij jouw rol als directeur?   

“Alleen als ik een goede directeur ben, kan ik goede architectuur maken. Daar zit een wederzijdse afhankelijkheid in. Ik geloof in de combinatie ervan, het totaalplaatje. Als directeur ben ik bezig met het optimaal inzetten van het team. Ons werk is mensenwerk. Zonder de ervaring en kennis van onze mensen kunnen we niks. Ik vind het belangrijk dat iedereen die bij ons werkt zo goed als mogelijk in zijn vel zit. Zo hebben we geen extreme overwerkcultuur en is er veel ruimte voor het opzetten van sociale activiteiten. Daarnaast moet het bureau natuurlijk zakelijk goed draaien. Ook dat is een voorwaarde om goede projecten te maken.”

Zo hebben we geen extreme overwerkcultuur en is er veel ruimte voor het opzetten van sociale activiteiten

Wat is een goed project?

“Ik geloof in onze pragmatische en analytisch aanpak, maar tegelijkertijd zoeken we in elk project naar het onverwachte, het verrassende en daarmee naar de schoonheid. Als deze twee uitersten van een spectrum bij elkaar komen, wordt er een goede basis gelegd. Maar de betrokkenheid waarmee iedereen aan het project werkt is doorslaggevend of het resultaat geslaagd is. Ik heb gemerkt dat de betrokkenheid het grootst is wanneer de vernieuwing wordt gezocht. Door nieuwe wegen te verkennen, kan niks op de automatische piloot, wordt van iedereen het uiterste gevraagd en kan iedereen er soms wakker van liggen. Door innovatie ontstaat vaak iets moois.”

Wat is de opgave waar architecten nu aan moeten werken?

“Duurzaamheid – in de breedste zin van circulair ontwerp tot energieneutraal bouwen – staat vooraan. Dat kan niemand negeren. Daarnaast moeten we oppassen dat er geen eenheidsworst ontstaat. Ik roep iedereen op te zoeken naar identiteit en eigenheid in de verdichte stad waar anonimiteit om elke hoek ligt te wachten. Ik zit bijvoorbeeld in de commissie voor ruimtelijke kwaliteit in de buitenste ring van Amsterdam. Daar merk ik hoe moeilijk het is om met een hoge dichtheid, wijken, buurten en gebouwen te maken met een eigen identiteit. Plekken waar mensen geen nummer zijn, maar onderdeel van de stad. Dit betekent dat ontwerpers op alle fronten op zoek moeten gaan naar wat eigen is aan een buurt of een gebouw.”

Op welke manier komt deze agenda naar voren in de projecten die je doet?

“Als architect laat ik mijn agenda niet op de voorgrond treden. Ik kijk eerst naar wat de opdrachtgever zoekt.”

Als architect heb je ook een bepaalde maatschappelijke verantwoordelijkheid. Hoe kom je hieraan tegemoet als je dienend bent aan je opdrachtgever?

“In het Engels bestaat het woord ‘savvy’. Vrij vertaald: gewiekst en gaat uit van een bepaald opportunisme. Dat vind ik een beter uitgangspunt dan dienend zijn. Onze eigen agenda kan op verschillende manieren tot uiting komen in een project. Door goed te luisteren, kan ik precies dat draadje eruit trekken dat onderdeel is van onze eigen agenda, maar ook een snaar raakt in het project.”

Zo help ik zowel onze eigen agenda als die van onze opdrachtgever vooruit

Kun je een voorbeeld noemen?

“Als architect stel ik dat ik duurzaamheid belangrijk vind. Dan kan ik besluiten om alleen nog maar houten constructies toe te passen, of ik kan het elke keer op een andere manier tot uiting laten komen, passend bij de wensen van de opdrachtgever: de ene keer in een houten constructie en de andere keer in de toepassing van slimme energie of hergebruikte materialen. Zo help ik zowel onze eigen agenda als die van onze opdrachtgever vooruit.”

Maar dan vind je dan in elk project het wiel uit opnieuw uit. Levert specialiseren niet meer op?

“Architecten zijn per definitie generalisten. Ik heb me gespecialiseerd in het ontwikkelen van een abstract denkniveau en de skills om verschillende soorten kennis bij elkaar te brengen. Zeker bij de grote projecten waaraan ik werk, kan ik niet alles zelf. Zolang ik maar de juiste specialisten bij elkaar verzamel, de juiste vragen stel en niet rust voordat ik de juiste antwoorden heb.”

“In die zin stoor ik me ook aan de huidige aanbestedingsregels. Het is krom dat wanneer je een universiteitsgebouw hebt ontworpen, dit niet genoeg bewijs is om ook aan de slag te gaan met een middelbare school. Het gaat erom dat je als bureau een bepaalde mate van complexiteit aankunt. Dat je veel ervaring hebt opgedaan in een bepaalde opgave, is niet het beste bewijs dat jij ook de partij bent om het nogmaals te doen.”

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

“Toen we Team V net hadden opgericht werkten er 14 mensen bij ons en hoopten we door te groeien naar 30. Nu werkt bij ons ongeveer het dubbele aantal mensen, maar groter dan dit hoeven we niet te worden. Ik zou wel graag onze expertise met bouwen in hout, renovaties en infrastructurele projecten op termijn ook inzetten in het buitenland. Niet als doel op zich, maar vooral om mijn ervaring te verbreden en te zien hoe in andere landen bepaalde zaken worden aangepakt.”