Help, ik wil duurzaam (ver)bouwen!

Als gezin proberen wij bewust te leven. We gebruiken alleen ledlampen en oplaadbare batterijen, verdelen ons afval in zes stromen, eten geen vlees en vliegen niet, kijken eerst op Marktplaats voordat we iets nieuws aanschaffen. Toch voelt dat als kleine druppels op een gloeiende plaat. Met de koop en verbouwing van ons nieuwe huis zagen we deze zomer onze kans om echt iets betekenisvol te kunnen doen. Om eindelijk in praktijk te brengen wat ik zelf al jarenlang collega’s en opdrachtgevers voorhoud. Maar de werkelijkheid van de particuliere bouw bleek vaak weerbarstiger dan onze idealen.

Uitgangspunt van onze verduurzamingsopgave: we hebben net buiten Amsterdam een al geïsoleerde jaren ’30 woning gekocht, met uitzicht over een weiland. De oriëntatie van de achtergevel is zuid – zuidwest. Het huis moest opnieuw gefundeerd worden en we hebben er een flinke aanbouw over twee lagen (begane grond plus verdieping) achter gezet. Vier maanden hadden we de tijd voor voorbereiding en zes maanden voor de uitvoering. In de aanbouw lagen kansen voor duurzame maatregelen zoals bewust omgaan met grondstoffen en bijdragen aan het energievraagstuk.

Constructie

Het begon met de fundering. Daar zijn eigenlijk geen duurzame keuzes te maken, tenminste niet op de schaal van een enkele woning. We ontkwamen niet aan stalen palen en een betonnen vloer. Door het inspectiegat in de bestaande vloer zagen we wel dat er nog mooie, droge houten balken onder zaten, precies de maten die we nodig hadden voor het plafond van de aanbouw. De aannemer begreep onze circulaire ambities en zou doorgeven aan de sloper om de balken er netjes uit te halen. Een week later lagen de balken in handzaam gezaagde stukken in de container. De sloper was een dag eerder begonnen en de aannemer had geen kans gehad hem te spreken. Ik heb een paar nachten met buikpijn wakker gelegen omdat een perfect herbruikbaar bouwmateriaal ‘uit gewoonte’ in stukjes is afgevoerd.

Daarna was de draagconstructie van de aanbouw aan de beurt. Die wilden we helemaal van hout. Ik vroeg een goede vriend om raad, die net zijn eigen constructiebureau is begonnen en veel ervaring heeft met duurzame projecten. Toen hij onze wensen aanhoorde, schudde hij meewarig zijn hoofd. Onze aanbouw krijgt veel te verduren van westerstormen die over het open weiland aan komen razen. Daarvoor heb je in hout een constructie nodig in CLT die én heel duur is én voor een kleine aannemer risicovol om te verwerken én zo massief dat er weinig ruimte zou overblijven voor de grote schuifpui naar de tuin. Hij raadde stellig aan om twee stalen portalen te zetten als basis voor een stevige, klassieke houtskeletbouw.

Toen hij onze wensen aanhoorde, schudde hij meewarig zijn hoofd

Niet getreurd, ik ging op zoek naar tweedehands staal. De aannemer en de staalboer die de portalen zou maken, waren enthousiast over onze ambities. Maar ze hadden ook vragen. Hoe zou dat staal van een willekeurige plek in Nederland bij de staalboer komen? Het ging immers om maten die niet in een gewone bestelbus passen. Hoe konden ze mij garanties geven over de staalkwaliteit en de lasmogelijkheden? Hoe ging ik dat afstemmen met de lokale bouwinspecteur? Dit waren te lastige vraagstukken voor mij om binnen ons budget en onze planning op te lossen. Dus toch maar nieuw staal.

Opbouw

Nu we deze moeilijke keuzes hadden gemaakt, kregen we nu vast alle ruimte voor houtskeletbouw en duurzame materiaalkeuzes. We vroegen de aannemer om hout met FSC keurmerk, om leemstuk aan de binnenzijde en om versnipperd textiel als isolatie. Dit zijn duurdere bouwmaterialen, maar dat hadden we ervoor over, want voor biologische melk en drie-sterren biologische scharreleieren betalen we ook meer dan voor de standaard variant. Helaas bleek zo’n simpele materiaalkeuze een rits aan prijsopdrijvende gevolgen te hebben.

Leemstuk is heel zwaar om te verwerken. Niet alle stukadoors willen ermee werken en degene die het wel doen, rekenen er veel meer tijd voor. En op die leemstuk kun je niet met gewone latex aan de gang, maar gebruik je ademende kalkverven. Allemaal heel goed voor het milieu en een gezond binnenklimaat, maar financieel niet meer vergelijkbaar met de keuze ‘standaard melk versus biologische melk’. Daarnaast had mijn vriend veel vragen over deze duurzame leem. Hoeveel slechter is gewone gips? En hoeveel beter wordt ons binnenklimaat dan? Hier wist ik geen antwoord op. Ons budget heeft voor ons beslist.

Ook de textielisolatie bleek een domino-effect te hebben. Houtskeletbouw bestaat uit staanders met daarop platen en er tussen isolatie. De platen hebben standaardmaten waardoor de afstand tussen de staanders vastligt. De standaard isolatierollen hebben breedtes die precies overeenkomen met die standaardmaten, 38cm of 58cm. Geen snijwerk en geen snijverlies. Alternatief isolatiemateriaal als vlas of textiel kon ik alleen in ‘hele’ maten vinden van bijvoorbeeld 60cm of 120cm. Veel snijwerk en veel snijverlies. Niet alleen de isolatie zelf is ruim twee keer zo duur, maar ook de verwerking ervan is kostbaarder. Weer kwam mijn vriend met vragen waar ik eigenlijk geen antwoord op wist. Hoe veel slechter is minerale wol? Een hoeveel schoner of beter is textielisolatie in verhouding met de hogere prijs? Uiteindelijk hebben we gekozen voor een minerale wol met gerecyclede grondstoffen en afbreekbare toeslagstoffen. Gelukkig is het bruin van kleur in plaats van het klassieke felgeel. Dat voelt toch meteen een stuk duurzamer.

Installaties

Op de nieuwe aanbouw was plek voor 17 grote zonnepanelen en in het huis zat al een inductiekookplaat. ‘Van het gas af’ was dus van het begin af aan ons uitgangspunt. Met een warmtepomp en lage temperatuur verwarming.

Ik vond op internet een boiler voor warm water die opgewarmd wordt met de warmte uit de retourlucht van de mechanische ventilatie en een zonnecollector. Dat wilde ik: warmte die er al is uit de woning en uit de zon inzetten voor warm water! Weer schudde iemand meewarig zijn hoofd bij het horen van mijn plannen, ditmaal de installateur. Voor een warmtepomp is sowieso al een boiler nodig, maar die kon vanwege kanaal- en leidingverloop niet op dezelfde plek komen als de boiler van de mechanische ventilatie unit. Maar twee grote boilers is een beetje overdreven voor een enkel huishouden. Ook de zonnecollector – waar ik altijd heel erg in heb geloofd – bleek na onderzoek meer idealistisch dan praktisch. Een zonnepaneel met hetzelfde oppervlakte geeft veel meer elektrische energie dan een zonnecollector aan warmte-energie. En toen bleek ook nog eens dat je de vloeistof uit de zonnecollector om de paar jaar moet vervangen. Niet alleen een lastig karwei, maar ook milieubelastend afval. Alles op de warmtepomp dus en alleen maar zonnepanelen.

Tegen balansventilatie heb ik mij van het begin af aan verzet. Niet alleen kregen we het dubbele kanaalverloop niet weggewerkt in de bestaande woning, ook heb ik te veel slechte verhalen gehoord over de werking ervan. Wij willen gewoon frisse lucht rechtstreeks van buiten. Gelukkig had ik de adviseur voor onze warmteverliesberekening mee. Hij zei dat lage temperatuurverwarming best kon zonder balansventilatie. Dat je dan gewoon een één maat grotere warmtepomp nodig hebt, met als bijkomend voordeel dat die minder geluidsoverlast geeft omdat die meestal niet op piekvermogen hoeft te draaien. Hij raadde aan om de mechanische ventilatie dan wel vraaggestuurd te maken: een box die aan gaat als er een hoge luchtvochtigheid of CO2 gehalte wordt gemeten en nagenoeg uit gaat als er geen behoefte is aan verse lucht. Dat scheelt een hoop energie en onnodig afgevoerde warmte.

Voor de vloerverwarming was de keuze droge opbouw of instorten in een cementdekvloer. Ik dacht altijd dat droge opbouw duurzamer was vanwege de materialen en de circulariteit, dus daar gingen we als eerste voor. De aannemer tekende geduldig het detail voor ons uit. De nieuwe constructieve betonvloer (voor de fundering) kwam op de bestaande vloer van de kruipruimte – die wilde hij namelijk zo lang mogelijk heel houden vanwege het grondwater. Daarop konden we kiezen tussen een natte opbouw of een droge opbouw. Een natte opbouw met schuimbeton en cementdekvloer was relatief beperkt in dikte. Het schuimbeton isoleert goed én werkt constructief en de cementdekvloer egaliseert én herbergt de vloerverwarming. Daarmee konden we precies uitkomen onder de bestaande trap en deuren. Een droge opbouw had niet alleen een dikker isolatiepakket nodig, ook heb je voor elke functie (isoleren, egaliseren, dragende functie en vloerverwarmingspakket) een aparte laag nodig. Daardoor kwamen we in de knel met de trap en deuren, en werd de vraag opgeworpen of zo veel extra materiaal nog steeds duurzamer is. Uiteindelijk heeft de parketteur voor ons beslist. Die wilde de nieuwe houten vloer alleen leggen op vloerverwarming in een cementdekvloer vanwege de egalere warmteverdeling.

Nu ik het zelf in mijn eigen woning meemaak, merk ik hoe lastig het eigenlijk is om niet op de ‘klassieke’ manier te verwarmen

Het inregelen van de lage temperatuurverwarming viel tegen. Ik heb het al in veel projecten toegepast en zelfs hele gebouwbeheersystemen ontworpen, maar nu ik het zelf in mijn eigen woning meemaak, merk ik hoe lastig het eigenlijk is om niet op de ‘klassieke’ manier te verwarmen. Een regelklep en thermostaat ontbraken in eerste instantie. Er was een standaard programma geïnstalleerd voor een standaardgezin wat niet tegemoetkwam aan de wensen van ons gezin – zeker nu we zo veel thuis zijn.

Afbouw

Als laatste moesten we de keuzes maken over zaken in het zicht. De kozijnen, de deuren en het deurbeslag. Veel hebben we via Marktplaats gekocht. De handel in jaren ’30 deuren en deurbeslag is levendig en winstgevend. De uitdaging zat vooral in iemand vinden die uitgekomen bouwmateriaal gratis of tegen een symbolisch bedrag weg deed. Vanuit de overtuiging dat het goed is dat dit materiaal een tweede leven krijgt. En dan liefst binnen 45 minuten rijden. Die zoektocht en ruilhandel – koop en verkoop, ophalen en beschikbaar zijn voor afhalen – heeft ons toch nog heel wat avonden gekost. (Tussen haakjes, we hebben hier nog een paar stapels oude dakpannen liggen. Wie kan daar nog iets mee?)

In de aanbouw zitten een paar grote puien. Of we die in hout of aluminium zouden uitvoeren, was een lastige keuze. Hout vraagt om veel onderhoud, maar het beeld van aluminiummijnen is een nachtmerrie. Toevallig kregen we op kantoor net in die periode een seminar over Life Cycle Costing gemeten in duurzame parameters. Een van de voorbeelden was hoeveel een aluminium kozijn het milieu ‘bezwaart’ over zijn hele levenscyclus (productie, logistiek, onderhoud en vernietiging) tegenover een houten kozijn over dezelfde periode. Vanwege het onderhoud (niet alleen de verf en het hout, maar ook de extra logistiek die dat met zich meebrengt) bleken beide materialen nagenoeg hetzelfde te scoren. We konden met een gerust hart voor aluminium kiezen.

Het was een leerzame ervaring om een keer opdrachtgever te zijn, om mijn eigen wensen, ambities en overtuigingen te toetsen aan de werkelijkheid

Duurzaam wonen

Sinds een paar weken wonen we in onze droomwoning, met prachtig uitzicht over het weiland, heerlijke vloerverwarming en een super stille warmtepomp. Ik ben blij met de oplossingen die we bedacht hebben en sta achter al onze keuzes. Toch is het mij tegen gevallen hoe lastig het is om die keuzes te maken. Zelfs voor mij, als professional, met al mijn ervaring, kennis en netwerk. Het was een leerzame ervaring om een keer opdrachtgever te zijn, om mijn eigen wensen, ambities en overtuigingen te toetsen aan de werkelijkheid. Ik zie nu dat er in de bouw nog veel te halen valt aan de praktische kant – aan de logistiek, de verwerking van materiaal en de gewoontes van mensen -, maar ook dat niet alles harde wetenschap is. Uiteindelijk moesten we zelf beslissen waar we onze keuzes op baseerden en wat belangrijk is voor ons. Ook kost vergaand duurzaam bouwen veel meer tijd, onderzoek en geld dan in het doorsnee budget en planning van een particuliere bouw past. Ik blijf ambitieus en overtuigd van de noodzaak tot bewust en duurzaam bouwen, maar de echte opgave ligt bij de bouw zelf en bij de grote projecten. Dus ook de opgave waar ik als architect voor sta.