0   +   4   =  

Architectuur is een vak apart. Dat betekent dat er ook een nieuw vocabulaire is ontstaan in de loop van de tijd. Architectuurtaal wordt niet voor niets gebruikt. Het liefst heb je als architect dat je ontwerp voor zich spreekt, maar meestal moet er toch een uitleg bij. Maar hoe dan? Soms zijn concepten te complex om in alledaagse taal uit te drukken. En dan wordt er graag teruggegrepen op vreemde, vage of overmatig gebruikte woorden, zoals uniek, bijzonder en iconisch.

De architectenbranche is niet de enige beroepsgroep die een nieuwe taal heeft ontwikkeld. Zo schrijft Japke-d. Bouma elke week voor NRC een column over de taal die ze om zich heen hoort, meestal over kantoortaal. Bijvoorbeeld: ‘In je kracht staan’, wat ís dat en hoe kom je erin? Het AD maakte maar liefst een lijst met 77 kantoortermen, zogenoemde jeukwoorden. Vage en vreemde begrippen als: een klap op geven, ergens induiken of over de schutting gooien, iedereen herkent ze en gebruikt er zo nu en dan vast wel eens een paar.

Aangeleerd taalgebruik

Goed terug naar de architectuur. Wollig, vaag en overbodig taalgebruik is veel architecten niet vreemd. Het wordt ze al aangeleerd tijdens de opleiding. Ook daar sluipt het gebruik (of misbruik?) van de legendarische woorden ‘uniek’, ‘bijzonder’ en ‘iconisch’, al dan niet in combinatie, erin. Ik vraag me hierdoor af: waar ben je als architect als je gebouw niet uniek, bijzonder of iconisch is?

Als ik de Van Dale erbij pak, dan lees ik dat de woorden uniek, bijzonder en iconisch een niet veel voorkomende situatie, een zeldzaam moment, aanblik of project omschrijven. Door architecten worden ze echter te pas en te onpas gebruikt. Een greep uit wat ik tegen kwam: “Het is een plan met een bijzondere architectuur, functionele mogelijkheden en een innovatieve, collectieve en klimaat neutrale daktuin.” “Het project krijgt 70 appartementen, verdeeld over 5 gebouwen met een iconische architectuur.” Of zelfs als slagzin: “Architecten met unieke ontwerpen!”

Zicht over Rotterdam, Foto: Guido Pijper

Echt uniek?

Ik snap het, voor architecten en hun opdrachtgevers is het ontwerp – en dat het uiteindelijk is gebouwd – uniek, bijzonder en iconisch. Je hebt er eindeloos aan getekend en over gesproken. Alle verhitte discussies, overuren en overpeinzingen waren het waard, want nu staat het er, en hoe! Maar is het ook voor anderen uniek, bijzonder of iconisch? Ik vraag het me af. Daarnaast: hoeveel iconische gebouwen kunnen er bestaan? Tevens geven de termen bijzonder en uniek mij een vreemde nasmaak. Want wat zeg je tegen die ene vriendin die je niet wilt kwetsen, maar echt een lelijke jurk gekocht heeft? Juist: “Oh dat is… bijzonder… echt uniek…”

Een geliefde stad is er één met een herkenbare en eigen identiteit. Natuurlijk zijn daarvoor iconische gebouwen nodig, maar de meerderheid is dat niet, zelfs niet bijzonder of uniek. En dat is helemaal prima. Want anders zou de stad vol staan met eigenheimers, is de eenheid ver te zoeken en wordt het een ratjetoe. Daar is geen enkele stad bij gebaat.

Het ontwerp spreekt voor zich

Mocht het toch zo zijn dat je écht iets iconisch, bijzonders of unieks hebt ontworpen dat bijdraagt aan de identiteit van de stad, laat de bijbehorende classificatie dan aan anderen over. Zoals bijvoorbeeld Nu Rotterdam schreef: “In 2014 opende de iconische Rotterdamse versmarkt ‘de Markthal’ haar draaideuren. Drie jaar later is deze smaakvolle bezienswaardigheid van Rotterdam al wereldberoemd.” Als er op een gebouw in Rotterdam iconisch van toepassing is, dan is het wel de markthal. Dat hoeft MVRDV helemaal niet zelf te zeggen: het ontwerp spreekt voor zich.

Welke woorden in de architectuurtaal mogen van jou minder vaag of in overmaat gebruikt worden? Wat zijn jouw jeukwoorden binnen de architectuur? Laat het me weten door hieronder te reageren of te mailen naar liz@a-zine.nl.