Het gebouw dat praat

Wist jij dat gebouwen uitnodigen voor ontmoeting? Rekening houden met de omgeving? Of zelfs een dialoog aangaan? Zo las ik laatst: “En de ooit zo gesloten plint opent zich nu op verschillende plekken naar het plein, waardoor de dialoog tussen het gebouw en de omgeving is geïntensiveerd.” Een hele logische zin voor menig architect. Maar hierdoor lijkt het alsof gebouwen als levende wezens zijn en tot actie kunnen overgaan, terwijl ze dat overduidelijk niet zijn. Waarom dan doen alsof in een projecttekst?

Herman Hertzberger zei over zijn Centraal Beheergebouw: “Elkaar ontmoeten is aan de mensen zelf, maar een omgeving kan ze er wél toe uitnodigen.” Ook hij (of zelfs hij) spreekt dus van het gebouw wat uitnodigt. Maar volgens mij bedoelt hij: ik heb het gebouw zo ontworpen dat er ruimte is voor ontmoeting. Hij faciliteert met het gebouwde stukje stad ontmoetingsruimtes en dat kan hij ook, aangezien hij een mens is. Maar het gebouw doet dat niet.

Uitdrukken in menselijke vormen

Dit vermenselijken van gebouwen gebeurt enorm vaak. Zo zijn ze heel goed in het definiëren van openbare ruimtes of het begeleiden van hun gebruikers, toch knap voor iets dat niet kan bewegen. Maar wat er precies wordt bedoeld door de ontwerpers is vaak onduidelijk. In een soort van vaagtaal lichten ze hun ontwerp toe. Betekent het definiëren van de openbare ruimte dat het gebouw in contrast is? Of juist hints heeft van de omgeving? Waar begeleidt het gebouw de gebruikers dan naartoe, en hoe? Door je gebouw levendig te omschrijven maken architecten lang niet altijd een duidelijk punt.

Omarmd worden door een gebouw

Zo las ik: “De plek is een speel- en ontmoetingsplaats. Deze functie moet natuurlijk behouden blijven en heeft geresulteerd in een gebouw dat de plek omarmd. Dit is bewerkstelligd door het gebouw te positioneren in een L-vorm.” Los van dat het draken van zinnen zijn, wil de ontwerper hier uitleggen dat het gebouw zo is vormgegeven dat het lijkt alsof het de plek omarmt, want door de L-vorm heeft de speel- en ontmoetingsplaats aan twee zijden wanden gekregen. Een poging van de architect dus om door middel van een menselijke referentie de beeldtaal van het, in dit geval, appartementencomplex uit te leggen.

Achter een gebouw verschuilen

Maar waarom toch zo? Alsof omarmd worden door stenen prettig voelt? Damaris Beems schreef als reactie onder mijn vorige artikel: “Architecten praten liever over wat gebouwen kunnen dan te delen waarom ze zelf bepaalde keuzes hebben gemaakt”. Volgens mij slaat zij de spijker op zijn kop. Het is makkelijk om je te verschuilen achter een gebouw, allereerst letterlijk, maar in projectteksten gebeurt het vaak ook figuurlijk. Want je stelt je kwetsbaar op wanneer je vertelt welke emoties of handelingen je wilt aanwakkeren met jouw ontwerp, want misschien werkt het wel helemaal niet zo in de praktijk.

“Architecten praten liever over wat gebouwen kunnen dan te delen waarom ze zelf bepaalde keuzes hebben gemaakt”

Kwetsbare opstelling

Gebouwen zijn gebruiksvoorwerpen, maar worden vaak beschreven alsof het levende wezen zijn. Hiermee wordt architectuur geantropomorfiseerd, zodat ze een stem krijgen in plaats van dat de ontwerpers zich laten horen, wel zo veilig misschien. Toch daag ik architecten uit om helderder te vertellen over hun drijfveren en bedoelingen. Deze – voor sommigen misschien kwetsbaardere – opstelling levert niet alleen begrijpelijkere projectteksten op, maar wellicht ook meer aanzien. Want zoals Liesbeth van de Pol in het interview met haar zei: “Het vergt moed om kwetsbaarheid te laten zien, maar ik merk dat zelfs de hardste figuren geen weerstand kunnen bieden aan een kwetsbare opstelling als het om een mooi gebouw gaat. In de bouw is men zelfs dikwijls onder de indruk van iemand die emoties durft te raken.”