7   +   7   =  

Sinds enige tijd ben ik de gelukkige eigenaar van een charmant vestingshuis, voorzien van het label ‘Beschermd Stadsgezicht’. Enerzijds voelt het als een voorrecht om in een historisch centrum te wonen, omringd door imposante vestingwallen. Anderzijds stuit ik sindsdien regelmatig op discussies met mijn vriend die ik voorheen alleen op de werkvloer voerde.

Met een kleurenwaaier in zijn hand vergelijkt mijn vriend zorgvuldig de huidige kleur van de kozijnen met zijn nieuwe, enigszins afwijkende, ideeën. ‘Maar dat kan niet zomaar’ probeer ik nog uit te leggen. Vol ongeloof kijkt hij me aan…

De afgelopen jaren werd ik regelmatig geconfronteerd met vergelijkbare verbijsterende blikken. Vooral voor particuliere opdrachtgevers is het soms lastig te bevatten dat een externe partij kan bepalen dat die kromgetrokken deur, krakende trap of wiebelende balustrade in hún huis behouden móet blijven. Wanneer ik vervolgens ook nog moet uitleggen dat een onzichtbare balklaag die ín het plafond is opgenomen, slechts bij uitzondering mag worden gewijzigd, vraag ik mij soms ook af waar de grenzen van het behoud van monumenten zou moeten liggen.

Enige tijd geleden sprak ik de nieuwe bewoners van een monumentale woning in Amsterdam. Ze vroegen me enthousiast of ik hun wilde verbouwplannen kon vertalen naar een samenhangend en spectaculair ontwerp. Voorzichtig informeerde ik hen over de Beleidskaders van Bureau monumenten en archeologie (BMA) en abrupt leken al hun waanzinnige dromen in het water te vallen. Dachten zij…

Ik maakte een ontwerp waarin de conflicterende belangen samensmolten tot een passend voorstel. Ik vervulde de woonwensen van mijn opdrachtgever en vervlocht deze met de waardenstelling van BMA. Voor mijzelf was het van belang het verleden niet krampachtig te conserveren. Ik wil immers vernieuwend en duurzaam ontwerpen en streef vooruitgang na, op diverse vlakken. Iets wat niet altijd samengaat met de adviezen van BMA.

Dat er juist een goede cohesie met BMA mogelijk is, is bewezen tijdens de transformatie van een Amsterdamse monumentale school. De opdrachtgever wenste 10 royale stadslofts. De Gemeenteraad stuurde hardnekkig aan op 26 compacte appartementen voor starters. Dankzij de adviezen van BMA bleken de ruime lofts de meest passende invulling. En daarmee werd de waardenstelling van BMA het handvat om de wensen van de opdrachtgever te verwezenlijken.

Ondanks mijn kritische houding naar (een deel van) het beleidskader van BMA besef ik de waarde van hun waardenstelling én dat respect voor historische pracht niet alleen gaat om het verleden. Zelf doe ik immers verwoede pogingen de monumenten van de toekomst te ontwerpen. Het stemt mij gerust en gelukkig dat er een instantie is die schoonheid signaleert en koestert. Nu en in de toekomst.

Mijn vriend heeft ondertussen besloten de kleur van de kozijnen inderdaad in ere te herstellen. En ik? Ik maak mij op voor een nieuwe discussie met BMA over de geplande moderne duurzaamheidsmaatregelen binnen een energie slurpend Amsterdams monument.