0   +   8   =  

“Vroeger stonden hier alleen Amsterdammers met een kleine beurs, maar nu zijn er steeds meer yuppen zoals jij”, kreeg ik te horen terwijl ik deze zomer keek naar mijn kinderen in het pierenbadje van seizoenscamping De Fransche Kamp. Voor beide groepen geldt de seizoenscamping als tegenhanger van de drukke, vieze stad. Een plek om op adem te komen en te vertragen. Al komen de meeste oorspronkelijke campinggasten er bijna het seizoen, terwijl veel nieuwkomers er alleen zijn bij mooi weer, als ze tenminste niet op vakantie zijn. En dat is jammer, want zodra je buiten bent, blijkt het helemaal niet zo hard te regenen. Wij waren er zoveel mogelijk.

Meer groen, meer ruimte en ongestoord buitenspelen. Dat wilde ik mijn kinderen ook bieden, maar ons huis staat in een stedelijke omgeving middenin de Randstad. Net als die van steeds meer gezinnen. Voordat mijn kinderen een speelplek bereiken waar ze enigszins kunnen rennen, bouwen en klauteren, zijn ze drie keer overreden. Terwijl ik vroeger vanuit huis zo rende naar een groot grasveld omzoomd door een boswal. Ik vulde mijn dagen met hutten bouwen, verstoppertje spelen en boompje klimmen.

“‘Stad’ is synoniem voor hectiek, en juist daarom heeft de stedeling behoefte aan ruimte voor het langzame”

Oase

Daarnaast had ik behoefte aan een ‘escape’ van het drukke stedelijke leven. Alles is zo goed bereikbaar, waardoor heel veel (te veel?) mogelijk is. Tracy Metz schreef zes jaar geleden al: ‘Stad’ is synoniem voor hectiek, en juist daarom heeft de stedeling behoefte aan ruimte voor het langzame (De Groene Amsterdammer, 14 mei 2014). Zij raadt in het artikel aan om op zoek te gaan naar je eigen oase. Ik besloot buiten de stadsgrenzen te kijken. En op basis van het overzicht van Sara Luijters in het Parool, 17 juli 2018, kwamen we terecht op De Fransche Kamp in Bussum. Een camping met een weinig pretentieuze, familiaire sfeer, ruime plekken middenin het groen om uit te kiezen en een treinstation op loopafstand. Handig voor als we tussendoor nog wat willen werken.

De Fransche Kamp

De Fransche Kamp is 1932 gekocht en opgericht door de gemeente Amsterdam om haar inwoners de mogelijkheid te geven meer in de buitenlucht te verblijven. Sommige kampeerders komen er al hun hele leven, eerst als kind, nu met hun gezin. Gezien de staat van speeltoestellen in de speeltuin – die het dankzij de jaarlijkse oplapbeurt nog prima doen -, de toiletgebouwtjes en sommige kampeeraccommodaties lijkt het alsof de tijd heeft stil gestaan. Hier heb je geen wifi en elektriciteit (of heel beperkt) op je staplaats, rijden geen auto’s en hoef je alleen van tijd tot tijd wat wild groeiend gewas te snoeien. Een verademing.

Stacaravan

Voor een geschikte accommodatie hadden we allerlei wilde plannen, maar we kwamen er al snel achter dat stacaravans bijzonder efficiënt zijn ingedeeld. Er bleken genoeg tweedehands exemplaren verkrijgbaar en betaalbaar te zijn. We kochten een relatief klein exemplaar van zo’n 8 bij 3 meter, de zogenoemde Veluwe maat. Groter is niet toegestaan. Vroeger stonden er alleen maar tenten op de camping, tegenwoordig vooral tenthuisjes, campers en (sta)caravans, maar ook pipowagens en ja, ook enkele tiny homes. Allemaal niet groter dan 30 m2 inclusief veranda voor een luifel. Het moet wel kamperen blijven natuurlijk.

“Ik zag mijn oudste twee kinderen alleen als ze trek hadden, we vierden verjaardagen zonder dat het huis te klein was en we bleven onder de dekens liggen totdat de buitentemperatuur genoeg was gestegen om op te staan”

Kamperen is vertragen

Ondanks dat ik een stacaravan niet direct associeer met kamperen, was het met recht kamperen. Tijdens Pasen, de meivakantie, Hemelvaart en bijna de hele zomervakantie, stapten we op de fiets naar het douchegebouw, sloegen de stoppen door toen we per ongeluk een waterkoker aanzetten en zaten we onder de processierupsbultjes en tekenbeten. Ook zag ik mijn oudste twee kinderen alleen als ze trek hadden, vierden we verjaardagen zonder dat het huis te klein was en bleven we onder de dekens liggen totdat de buitentemperatuur genoeg was gestegen om op te staan. Kamperen is vertragen.

Funda

Dus mocht je Funda weer eens afstruinen voor die ene gave woning aan de bosrand met vrij uitzicht als alternatief voor je centraal gelegen stadswoning, overweeg dan eens een staplaats op een seizoenscamping. Want yup of niet, iedereen die in de stad woont, heeft behoefte aan groen en ruimte. De seizoenscamping als escape naast je stadswoning. De gemeente Amsterdam had het zo’n 90 jaar geleden prima begrepen om de Fransche Kamp voor haar inwoners te kopen. Een initiatief dat navolging verdient als je het mij vraagt.

Beter dan Bakkum

Alle staplaatsen van de Fransche Kamp zijn overigens voor het eerst sinds lange tijd vergeven. De seizoenscamping is hip. Zelfs mijn groene, tijdloze oase. Nu maar hopen dat de camping niet zo vercommercialiseerd als Camping Bakkum, waar de handel in accommodaties en staplaatsen veel wegheeft van de overspannen Amsterdamse woningmarkt. Tot nu toe spreekt de website van de Fransche Kamp voor mij nog steeds de waarheid: Beter dan Bakkum.