7   +   10   =  

Zef Hemel vergeleek in zijn visie de binnenstad van Amsterdam met een monumentale tuin. Volgens hem reageren we beter op de behoeftes en problemen van de historische binnenstad als we gaan tuinieren. Een inspirerende stelling, waarbij ik mij afvraag: wat voor tuin is ze dan? En hoe gaan we haar verzorgen?

De tuin is een inspirerend beeld, omdat ik meteen veel meer metaforen zie. De vanzelfsprekende eerbied die we hebben voor die eeuwenoude boom. Het met zachte hand leiden, begeleiden, van natuurlijke processen. Het accepteren dat die processen tijd nodig hebben, dat je niet meteen kunt oogsten wat je zaait. Het is ook een inspirerend beeld, omdat het vragen bij mij oproept. Hoe snoeien we struiken? Wanneer vervangen we bomen? Welke gewassen gedijen hier? En welke soort tuin? Een verwilderd bos of een aangeharkt park?

Een bos nodigt uit tot dwalen. Je wordt aangetrokken om te ontdekken. Je verwondert je over grillige vormen, over de natuur. Toch is wat je ziet minder grillig dan het lijkt. Het bos is gevormd door bodemsoort, licht en water en door de wisselwerking met andere planten, dieren en insecten. Daarom gedijen sommige bomen goed en andere minder. Worden sommige groot en blijven andere klein. De historische stad nodigt ook uit tot dwalen en is ogenschijnlijk grillig gegroeid. Maar toch is er een verborgen logica: die grilligheid is het gevolg van natuurlijke ligging, geschiedenis, wisselwerking tussen de gemeenschap en het individu. Hierdoor zijn verschillende typologieën ontstaan en kunnen sommige gebouwen en functies gedijen en andere niet.

Amsterdam is als monumentale tuin door haar leeftijd, individuele inbreng en incidenten verwilderd tot bos. Een bos met steeds minder ruimte voor échte wildgroei. Toch moeten we oppassen dat mooie initiatieven niet in de kiem worden gesmoord. Dat er voldoende plek is voor nieuwe aanwas en exoten. Om de stad levendig en interessant te houden, mag ze niet te veel aangeharkt worden. Het risico bestaat dat de stad te keurig wordt, dat alles binnen de lijntjes past. Dat Amsterdam een park wordt in plaats van een bos. Dat ze niet meer uitnodigt tot dwalen.

Laten we niet alles aanharken en weghalen wat niet in het plaatje past. Laten we boswachters zijn en ruimte geven aan wat natuurlijk groeit, zolang het de balans niet verstoort en bijdraagt aan de dynamiek van het ecosysteem als geheel.