6   +   8   =  

“Dit is een belangrijk jaar voor ons bureau. Als alles goed gaat worden er vier projecten gebouwd.” Na dertien jaar werkervaring richtte architect Eva Vervoort (1979) samen met haar tweelingzus Anneke, ook architect, Vervoort Architecten op. “We zijn bescheiden wat betreft omvang, maar gedreven tot op het bot als het gaat om proces én kwaliteit.” Een gesprek over haar groeiende zelfvertrouwen, de impact van een bureaucultuur en de analogie tussen schilderkunst en architectuur.

“Zo, dat is lang geleden dat wij elkaar hebben gesproken”, met een gulle glimlach trapt Eva Vervoort ons gesprek af. Veertien jaar geleden ontmoette ik haar bij Marx & Steketee architecten. Zij was net afgestudeerd en aangenomen als architect, ik liep stage. Voor mij was meteen duidelijk dat Eva als een groot talent was binnengehaald, maar het kostte haar zelf meer dan tien jaar om overtuigd te raken van haar eigen kunnen. “Sommige jonge architecten stappen de praktijk in en gaan met een groot zelfvertrouwen bepaalde uitdagingen aan. Daar ben ik wel jaloers op.”

Hoe ging het dan bij jou?

“Net afgestudeerd kwam er veel op me af. Architectuur bleek in de praktijk een overweldigend breed, intensief en persoonlijk vak. Er wordt aanspraak gemaakt op een breed scala aan vaardigheden, naast het vakmanschap dat je leert tijdens de opleiding, zoals strategisch en politiek inzicht, management skills, intellect, etc. Daarnaast moet je als architect overtuigd zijn van je ideeën om die vervolgens overtuigd te kunnen brengen. Ik had kennis, zelfreflectie en zelfvertrouwen nodig om sneller ‘to the point te komen’.”

Hoe staat het nu met je overtuiging?

“Mijn werkervaring heeft mij inzicht in het vak, kennis van zaken en vertrouwen in mijn intuïtie gegeven. Daarmee hebben de verschillende bureaus waar ik heb gewerkt bijgedragen aan de persoon en architect die ik nu ben. Ik ga nu vol voor nieuwe uitdagingen.”

Zoals het beginnen van een eigen bureau?

“Precies. Zonder mijn werkervaring was ik hier nooit aan begonnen.”

Waarom nu wel?

“Vorig jaar stond ik op een kantelpunt. Ik had zeven jaar met plezier bij het Belgische bureau a2o-architecten gewerkt, maar ik was toe aan een nieuwe stap. Zo hadden mijn zus en ik al tijdens ons afstuderen gezegd, dat we ooit eens samen wilden werken. Ook was de reistijd in combinatie met mijn gezin niet langer vol te houden. Door de komst van mijn kinderen heb ik ingezien dat ik niet alles kon blijven doen zoals ik deed. Nu kan ik mijn vak ambitieus uitvoeren en genieten van mijn gezin, door de fysieke en mentale nabijheid van werk en privé. Ook geniet ik van de kleine, platte organisatie en onze eerlijke samenwerking. Het is een bevrijding dat ik me niet meer bezig hoef te houden met alle randzaken.”

Zoals?

“Elk bureau heeft een eigen cultuur en sfeer, die wordt vakinhoudelijk bepaald, maar ook door de sociale dynamiek en de interne politiek. Zeker jonge architecten zijn hierdoor kwetsbaar. Een ontwerpgesprek voeren is in het begin een persoonlijke uitdaging, waarbij een veilige en open bureaucultuur voor de meesten doorslaggevend is. Een negatieve sfeer kan destructief zijn. Zo is egocentrisch gedrag veel architecten niet vreemd, omdat hun werk zeer zichtbaar is en daarmee vaak wordt gezien als een personificatie. Binnen een architectenbureau werk je samen, maar tegelijkertijd wordt er een subtiele ‘strijd’ gevoerd voor de juiste kansen.”

Villa SW – Vervoort Architecten

Nu werk je intensief samen met je tweelingzus Anneke. Hoe is dat?

“Als een van een tweeling ben ik misschien wel meer dan iemand anders ‘samen’ opgegroeid. Hoe ik functioneer is afhankelijk van wie ik om me heen heb. Een eigen bureau starten zou ik nooit alleen doen, en alleen met iemand waarmee het goed klikt. Met mijn zus voelt het alsof we als één persoon functioneren. Tegelijkertijd zijn we verschillender dan we dachten en daardoor verrast door hoe we elkaar aanvullen. Elk project gaat bij ons heen en weer. We zijn daardoor beiden volledig op de hoogte. Zonder een woord te wisselen, begrijpen we bijvoorbeeld dat het voor het project soms beter is als de ander eraan doorwerkt.”

Hoe is het om nu vooral woonhuizen en verbouwingen te ontwerpen? Hiervoor werkte je vooral aan projecten van een grotere schaal. Daarnaast is het nogal een verschil of je als architect voor professionele opdrachtgevers werkt of voor particulieren.

“In elk project, op elke schaal, vind ik een uitdaging. De manier waarop ik de opgave benader is voor mij hetzelfde. Daarom kan ik nu ook met een gerust hart aan kleinere projecten te werken. Groot verschil is dat het contact met particulieren intensiever is en persoonlijker, maar ook heel vreugdevol. Hiervoor is het belangrijk om goed te luisteren en precies te achterhalen wat ze willen. Het lukt ons om de opdrachtgever te begeleiden en op een laagdrempelige manier inzicht te bieden in het proces. In die zin komt er een stuk educatie bij kijken.”

Wat zijn je ambities voor het bureau?

“Ik hoop dat we over een aantal jaar een leuke club van ongeveer vijf mensen om ons heen hebben verzameld waarmee we betekenisvolle projecten maken, zowel voor particulieren als professionele opdrachtgevers. En ik zou graag opereren binnen een klein en hecht creatief netwerk dat elkaar gemakkelijk weet te vinden. De opgaven hoeven niet groot te zijn, maar wel met een bepaalde complexiteit waarvan niet meteen duidelijk is wat de oplossing is. Daarbij proberen we onderzoek te combineren met onze praktijk. Zo werkt mijn zus nu aan een Europese studie naar plug & play- renovaties en duurzaamheid, waarbij we kennis opdoen die we direct toepassen bij herbestemmings- en verbouwingsopgaven. Daarnaast werken we allebei graag aan projecten waarbij een zorgvuldige inpassing in de bestaande context belangrijk is.”

Vanuit welke visie op architectuur werk jij aan opgaves?

“Een goed ontwerp is nooit schreeuwerig, maar altijd terughoudend en passend. Het stelt zich dienstbaar op naar de omgeving, maar kan tegelijkertijd subtiel afsteken als de architectonische opzet maar helder en in balans is. Dit zit hem in compositie, kleurgebruik, textuur en materiaal. Ik streef altijd naar ‘op het oog’ simpele oplossingen die in feite niet simpel zijn. Bijvoorbeeld door het doen van een ingreep in een bestaande structuur waarmee je drie verschillende problemen oplost. Goede architectuur is net als een schilderij, het moet enerzijds rust uitstralen en anderzijds subtiel aandacht vragen voor het accent dat wordt gelegd.”

Raamspiegel door Eva Vervoort

Wij hebben allebei deels tegelijkertijd gestudeerd aan de TU/e. Daarvan weet ik dat Anneke en jij allebei jaloersmakend goed kunnen tekenen en schilderen. Zie jij een analogie tussen het maken van een schilderij en een ontwerp?

“Of ik nu een schilderij, een tekening of een onderwerp maak, ik ga dezelfde strijd aan. Elke lijn die ik teken heeft consequenties voor het geheel. De leesbaarheid van een ontwerp, tekening of schilderij hangt af van enkele heldere hoofdkeuzes. Ik begin altijd met het idee, een doel dat ik voor ogen heb. Vervolgens ga ik aan het werk en start een proces van, kneden, reflecteren, aanpassen, weggooien, stoppen en weer doorgaan. Door veel te verbeelden en te maken, heb ik een gevoel voor compositie, verhoudingen en gelaagdheid ontwikkeld.”

Hoe zet je jouw tekenvaardigheid in tijdens het ontwerpproces?

“Ik schets, teken en schilder gedurende het hele proces. We ontwerpen vaak in scenario’s en gaan ver in de verbeelding hiervan. Zo kunnen we goed laten zien wat de mogelijkheden zijn. Door snelle, suggestieve schetsen kan ik opdrachtgevers gemakkelijk meenemen in mijn ideeën. Maar ik gebruik het ook als ik aan tafel zit met een aannemer. Door ter plekke een tekening te maken kan ik concreet maken wat ik bedoel. Daarnaast creëer ik al tekenend tijd voor mezelf om na te denken en tot een oplossing te komen.”

Wanneer heb jij je werk als architect goed gedaan?

“Het begint bij een goed ontwerp. Een ontwerp dat mensen laat verwonderen en waar het hele team zich hard voor maakt. Hiervoor is het belangrijk dat alle betrokkenen zich gehoord voelen en uitgedaagd worden om mee te denken. Dan ben ik als architect niet aan het strijden, maar is iedereen ‘eigenaar ‘van het eindresultaat. Zaken worden voor elkaar opgelost in plaats van dat we elkaar continu wijzen op elkaars verantwoordelijkheden. Als dit lukt dan is het ook geweldig leuk om architect te zijn. Dan geniet ik enorm van hoe alle expertises samenkomen om een project tot op het kleinste detail te perfectioneren.”