6   +   6   =  

Minneapolis, waar sinds de dood George Floyd hevige rellen zijn, geldt voor Amerikaanse begrippen als een politiek vooruitstrevend en welvarende stad. Maar ook een stad waar een stelselmatige scheiding heeft plaatsgevonden tussen de witte en zwarte bevolking. Zo las ik in een artikel van Michael Persson in de Volkskrant. Deze scheiding vond beleidsmatig en bewust plaats om buurten zogenaamd te stabiliseren. Deze vorm van ‘beschaafd racisme’ heeft ervoor gezorgd dat een agent en zijn collega’s het als een normaal idee beschouwden om negen minuten lang op de nek van een zwarte arrestant te gaan zitten.

Alleen omgaan met mensen die op dezelfde manier in het leven staan, leidt misschien ogenschijnlijk tot een harmonieuze, stabiele situatie, maar vaak ook tot normen, gewoonten en opvattingen die een andere groep op zijn zachtst gezegd tekort doen. In de meeste gevallen onbedoeld maar daarom niet minder schadelijk. Elkaar begrijpen en respecteren begint bij samenleven en samenwerken.

“Een werkvloer heeft óók een emanciperende en samenbindende rol in de samenleving. Hoe voorkom je toenemende verwijdering tussen bevolkingsgroepen?” Dit statement en deze vraag van Martine de Vaan zag ik voorbijkomen op Twitter.  In de bovengenoemde context blijven ze in mijn hoofd spoken tijdens het nadenken over een werkomgeving die past ons zogenaamde ‘nieuwe normaal’.

Fastfood-oplossingen voor de werkvloer

Deze roerige tijden zijn een goed moment om het programma van eisen van de werkomgeving te herdefiniëren. Nu we zo direct en vers hebben ervaren wat we belangrijk vinden in onze werkomgeving en wat wel en niet werkt. Mijn eerste insteek was eerlijk gezegd heel pragmatisch en vooral ruimtelijk georiënteerd. Ik maakte indelingen gebaseerd op een bepaald percentage van de mensen die zouden gaan thuiswerken, tussenschotten tussen de werkplekken, het scheiden van looproutes enzovoort. Allemaal fastfood-oplossingen. Oplossingen die een snelle voldoening bieden maar die op lange termijn systemisch ongezond blijken.

Het vormgeven van een omgeving is namelijk niet alleen een ruimtelijk vraagstuk. Het vertrekpunt zou de sociale impact moeten zijn. De werkomgeving zien als afspiegeling van een gezonde, diverse maatschappij. Waar je soms de vertrouwdheid van je eigen omgeving op kunt zoeken en soms de spanning van het onbekende. Waar ruimte is voor harmonie en stabiliteit, maar ook voor verschillende zienswijzen en het aangaan van ongemakkelijke discussies. Dat lukt niet als we allemaal thuis werken maar ook niet als we in hokjes op kantoor zitten.

Het vormgeven van een omgeving is namelijk niet alleen een ruimtelijk vraagstuk. Het vertrekpunt zou de sociale impact moeten zijn.

Voorbij het spectrum van je eigen normaal

Onze behoefte en noodzaak aan interactie horen de bouwstenen te zijn van het ruimtelijke ontwerp. Zodat we ruimte creëren voor prettig samenzijn, maar ook om onprettig samen te zijn. Want alleen zo leren we dat af het ongemakkelijke gevoel van een niet-harmonische omgeving eigenlijk heel gezond is. En zo ontdekken we dat spectrum van normaal verder reikt dan je eigen normaal.