3   +   1   =  

Vorige week verloren we een tender. Het ging om het ontwerp voor de nieuwbouw van een basisschool. De uitvraag was zoals voor veel scholen: een gebouw passend bij hun specifieke onderwijsvisie, een ambitieus PvE waar de liefde voor het lesgeven en de kinderen vanaf straalt, een voor het onderwijs gebruikelijk budget en technische voorschriften die alle valkuilen afdekken en voor een goed te onderhouden gebouw zorgen. Ook vroegen ze om een duurzaam gebouw, voor een gunstige exploitatie en om de kinderen iets bij te brengen. Was deze eis vijf jaar geleden nog uniek, tegenwoordig is dit een standaard punt in elke uitvraag.

Duurzaam bouwen is de afgelopen jaren veranderd van een ‘nice-to-have’ in een ‘must-have’. Vanaf januari 2021 wordt BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) wettelijk de norm. Gasloos bouwen staat bij alle opdrachtgevers hoog op de agenda. Veel producenten van bouwproducten zijn bezig de levenscyclus te sluiten door hun producten na gebruik terug te nemen en te hergebruiken. Daarbij heeft de stikstofcrisis – en de bijbehorende bepalingen – aannemers op scherp gezet. Duurzaamheid is in een razend tempo de norm in de bouw geworden.

Duurzaamheid: license to operate

Als je op Google zoekt naar ‘architect duurzaam bouwen’ krijg je dan ook meer dan een half miljoen hits. Het is geen onderscheidende kracht meer. Van een unique selling point tien jaar geleden is duurzaamheid verworden tot ’license to operate’. We kunnen allemaal efficiënte energie-neutrale gebouwen ontwerpen, gebruik maken van biobased of circulaire producten en een houten draagconstructie toepassen. Zoals je voor biologische producten niet slechts bij Ekoplaza terecht kunt, maar ook bij Albert Hein, Jumbo en Lidl.

Van een unique selling point tien jaar geleden is duurzaamheid verworden tot ’license to operate’

Toch zijn er nog steeds echte ‘Ekoplaza’ bureaus. Architecten die alleen aan duurzaam ontwerpen en bouwen hun uniciteit ontlenen en zich zo positioneren in de markt. Een kwetsbare identiteit in een veranderende maatschappij, want duurzaam bouwen is slechts onderdeel van ons gereedschap als architect. Hoe lang kun je als bureau hiermee nog onderscheiden?

Gebouwen die passen als een jas

De kern van ons vak is tijdloos en draait om het maken van gebouwen die een gebruiker passen als een jas. Die comfortabel zijn en tonen waar de opdrachtgever voor staat. Iets wat architecten niet bepalen, maar alleen helpen ontdekken. Het draait om luisteren, niet om zenden. En laat dat nou net niet mogelijk zijn bij een tender. Het gesprek met de opdrachtgever mist. Op basis van een stapel papier deden we een schot voor de boeg. We misten. Hier stond duurzaamheid blijkbaar niet zomaar in de stukken. We eindigden achter ‘Ekoplaza’.

Hadden we het met de kennis van nu anders gedaan? Ik denk het niet. Door ons helder te positioneren hebben we een mismatch voorkomen. Voor ons vormt duurzaamheid een vanzelfsprekend onderdeel van het ontwerp, maar niet het enige. De volgende keer treffen we vast een partij die met ons bij de beste bakker, slager en groenteboer inkopen wil doen.