7   +   6   =  

Noem de eerste drie Nederlandse architecten(bureaus) die in je opkomen! Ik doe mee: Rem Koolhaas/OMA, Jo Coenen en MVRDV. Als ik wat langer nadenk komen ook cepezed en Inbo bovendrijven. Allemaal makers van opvallende, grote gebouwen. Zijn we de makers van kleine projecten vergeten?

Geen zorgen, we zijn niet de enige. Op de websites van vakmedia is het zoeken naar kleinschalige projecten. En prijzen gaan nét wat vaker naar miljoenenprojecten. Zo voeren musea, OV-projecten en overheidsgebouwen de boventoon bij het Beste Gebouw van het Jaar. De laatste ‘kleine’ prijswinnaar? Villa 4.0 van Dick van Gameren architecten. Prachtig, maar niet écht mini.

Applaus kost tijd en geld

Het is goed te verklaren dat kleinere projecten ondersneeuwen. Wie applaus wil, moet zelf op de trom te slaan. En dat kost tijd en geld, wat de groten eerder hebben dan de kleintjes. Het resultaat: de spotlight is het terrein van de grote jongens. Je zou bijna denken dat we in Nederland meer fabrieken, kantoren, winkels, scholen en musea dan woningen en ander klein spul bouwen. Zonde. De Koolhaas van morgen begint vandaag op kleine schaal.

Klein project, groot vakmanschap

Niet dat we per se op zoek moeten naar de volgende starchitect. Met gewoon goede kleinschalige architectuur is niets mis. Juist daarin komt het vakmanschap het meest tot z’n recht. Wie een woning ontwerpt, kan zich bemoeien met de kleur van de brievenbus. Het eindproduct is met recht ‘van de hand van de architect’. Bij de Noord-Zuidlijn, het Beste Gebouw van het Jaar 2019, zijn meer organisaties betrokken dan mensen bij de bouw van een gemiddeld woonhuis. Zo’n project tot een goed einde brengen is óók heel knap. Anders knap.

Klein heeft – ook – de toekomst

Waarom moeten we altijd de groten op het podium hijsen? In een tijd waarin ‘tiny’ hip and happening is, niet of bescheiden (nieuw)bouwen steeds belangrijker wordt en duurzaamheid hoog op de agenda staat, is het niet meer dan logisch om verder te kijken dan die paar beeldbepalende projecten. Geef makers van zorgvuldig ontworpen woonhuizen, vindingrijke herbestemmingen, folly’s en slim geconstrueerde tiny houses de aandacht die ze verdienen! Want wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.