7   +   2   =  

Herbestemming is aan de orde van de dag. Voorheen hielden architecten zich vooral bezig met nieuwbouw, maar tegenwoordig is een duidelijke verschuiving waarneembaar naar de bestaande voorraad. Onderwijs vindt plaats in monumentale fabrieken, wonen en werken wordt gecombineerd in oude scholen, eenmanszaken zijn gevestigd in voormalige kerken en groente worden verbouwd in uit functie geraakte kantoorpanden.

Het programma waarvoor ooit een specifiek op maat gemaakt gebouw is ontworpen, blijkt ook goed te gedijen in een heel andere omgeving, al zijn daar vaak wel meerdere aanpassingen aan vooraf gegaan. Meestal hebben deze wijzigingen betrekking op het verlagen van het energieverbruik en het voorkomen van te veel wringing tussen gebouwen gebruik. Soms zijn de interventies zo doeltreffend en vindingrijk, dat het herbestemde pand de nieuwe gebruikers meer biedt dan nieuwbouw ooit zou kunnen. Deze toegevoegde waarde van oude gebouwen zit hem allereerst in hun historische significantie – sommigen hebben zelfs de status van monument. Ze behoren tot het geheugen van een stad, omdat ze een bepaalde periode representeren en zo hun omgeving identiteit verlenen. Net als de infrastructuur, het stratenpatroon en de verkaveling, vormen deze sporen uit het verleden een laag waarop de stad zich ontwikkelt. Door deze laag in ere te houden, behoudt de architectuur van de stad haar relevantie.

Oude gebouwen vormen bakens en referentiepunten in mensenlevens,omdat ze vaak langer bestaan. Ze roepen een gevoel van nostalgie en vertrouwdheid op.Daarnaast bieden veel bestaande gebouwen door hun overmaat ruimtelijke kwaliteit en die vanwege kostenoverwegingen bij nieuwbouw nooit zouden worden gerealiseerd.Hoge ruimtes waren eerder gangbaar dan luxe, de ‘handige’ kanaalplaat was nog onbekend terrein – waardoor de draagconstructies veel robuuster waren – en dankzijde afwezigheid van eisen met betrekking tot daglichttoetreding overspannen sommige vloeren hele voetbalvelden. Deze ruimtelijke kwaliteiten zijn echter niet evident. Pas door maximaal gebruik te maken van de mogelijkheden en te breken met bestaande conventies wat betreft gebruik, worden ze ontbloot. Vaak heeft deze spanning tussen wat mogelijk is en wat essentieel, een ongewoon gebruik van de ruimte tot gevolg wat leidt tot inspirerende omgevingen.

De kracht van het bestaande

Voor een geslaagde herbestemming is het daarom van groot belang grip te krijgen op de meerwaarde van het gebouw. Welke eigenschap maakt het de moeite waard? Waarin ligt zijn kracht? Het centraal stellen van deze kracht biedt nieuwe mogelijkheden voor interventies die noodzakelijk zijn om de aanwezige programmatische en ruimtelijke potenties uit te buiten en om te voldoen aan de huidige energienormen. Van belang voor het eindresultaat is de manier waarop de ontmoeting tussen oud en nieuw tot stand komt. Per opgave manifesteert zich dit op een andere wijze. Standaardoplossingen zijn niet aan de orde, omdat de context ende conditie van het bestaande in combinatie met het nieuwe programma altijd leiden tot unieke opgaven. Op een soort van improviserende wijze krijgt een herbestemming gestalte. Toch zijn er grofweg drie vormen van transformatie te onderscheiden: de toevoeging, de reorganisatie en de metamorfose. Respectievelijk tasten ze in grotere mate het bestaande object aan. Vaak komen ze in combinatie voor.

Toevoeging

Allereerst kunnen door een aanbouw, extra verdiepingen, een verbindingsstuk of het integreren van een ander volume bestaande ruimtes worden vergroot,gepenetreerd of geherpositioneerd. Terwijl het oude gebouw zelf (deels) intact blijft, wordt het door een toevoeging geschikt gemaakt voor het nieuwe, te grote programmeren krijgt het voorkomen een nieuw kader. Bij een dergelijke ingreep zijn de verschillende tijdlagen vaak duidelijk afleesbaar. Tegelijkertijd geldt dat een toevoeging pas succesvol is, wanneer hij samen met het bestaande een nieuw en vanzelfsprekend geheel vormt. Vaak zijn hierbij de karakteristieken van de oudbouw leidend voor de architectuur van de toevoeging. Zo is bij De Hangar in Eindhoven de elegante architectuur van de vliegtuighangar uitgangspunt voor de vormgeving van de nieuwe volumes.

Reorganisatie

Een tweede manier is de reorganisatie: de prominente schil wordt zoveel mogelijk intact gelaten vanwege haar historische waarde, terwijl het interieur wordt aangepast ten behoeve van de nieuwe functie. Soms gebeurt dit radicaal, maar ook kleine ingrepen kunnen een groot effect hebben. Deze manier van transformeren is ook toegepast bij het gebouw Anton. Het bestaande, representatieve voorkomen –dat herinnert aan de grootschalige televisieproductie door Philips – is niet uitgewist en tegelijkertijd is de ruimtelijke potentie als plek voor ontmoeting geopenbaard.

Metamorfose

De laatste vorm van transformeren is de metamorfose, een total make-over. Het bestaande gebouw wordt opnieuw geïnterpreteerd naar hedendaagse maatstaven. Dit resulteert in diepgaande architectonische ingrepen die maken dat het object verandert in verschijning, vorm of structuur. Hierbij staat niet zo zeer de historische relevantie centraal, als wel de ruimtelijke potentie van de robuuste draagstructuur – het enige element dat (meestal) in dit geval wordt behouden. Deze potentie wordt uitgebuiten uitgebreid ten behoeve van het nieuwe programma, zodat de oudbouw een nieuw leven tegemoet gaat. Zo werd het oude scheikunde gebouw herbestemd tot Vertigo,een inspirerende omgeving voor toekomstige architecten en de blikvanger van de campus van de TU Eindhoven.

Karaktervolle, neutrale architectuur

Herbestemming verlengt de levens-duur en verlaagt het energieverbruik van de bestaande voorraad en is daardoor te beschouwen als de sublimatie van duurzaamheid. Vaak leidt dit proces tot karaktervolle architectuur om welke vormen van transformatie het ook gaat. Omdat de toevoeging,de reorganisatie en de metamorfose meestal worden gecombineerd, ontstaat steeds een andere dynamiek tussen oud en nieuw. Dit betekent echter niet dat een herbestemd gebouw geen generieke eigenschappen heeft. Een geslaagde transformatie bezit juist een bepaalde neutraliteit om aanpassingen wat betreft gebruik en duurzaamheid toe te laten zonder dat een volgende herbestemmingsronde nodig is.Door nieuwe communicatievormen, vooruitstrevende technologieën en opkomende industrieën verandert de vraag naar ruimte steeds sneller en komen er steeds meeren betere antwoorden op energetische vraagstukken. Hoe vaak kwam het in de vorige eeuw voor dat gebouwen werden gerealiseerd, die voorzien in hun eigen energie-behoefte? Wie had vijf jaar geleden kunnen denken dat het aantal ZZP’ers zo enorm zou stijgen en dat pop-up stores niet meer uit het straatbeeld zijn weg te denken?Een succesvol herbestemd gebouw wordt dan ook enerzijds gekenmerkt door een specifieke, onderscheidende architectuur om van te houden, en aan de andere kant een generieke, solide basisstructuur die gelegenheid biedt voor nieuwe invullingen.

Dit essay is geschreven als een onderdeel van de publicatie ‘De Kracht van Vroeger voor Later’, uitgegeven door dierendirrix.