De magie van de bouwplaats

Ard Hoksbergen (1981) staat op een belangrijk punt in zijn loopbaan. Begin 2020 besloot hij het driemanschap van Workshop architecten te verlaten. “De projecten werden zo groot dat ik de controle dreigde te verliezen en de samenhang niet meer kon bewaken.” Met zijn eigen bureau richt hij zich op middelgrote projecten en scholenbouw. “Ik zie het als missie de scholenbouw in Nederland weer terug in de architectuur te brengen.” Basisschool Veerkracht in Amsterdam Slotermeer is de eerste manifestatie van dit streven.

Basisschool Veerkracht kent een bijzondere totstandkoming. Kun je daar iets over vertellen?

“Het is eigenlijk een groot wonder dat ik als jonge architect een schoolgebouw heb kunnen ontwerpen. Ik woon praktisch naast de school en kreeg lucht van de architectenselectie voor vervangende nieuwbouw. Dat was in 2013. Omdat ik niet over de vereiste referenties beschikte, heb ik Albert Herder benaderd. Hij is partner bij mijn vroegere werkgever Studioninedots en was een van mijn docenten op de Academie van Bouwkunst. In nauwe samenwerking hebben we een ontwerp in elkaar gezet. Na de winst van de aanbesteding heeft Albert op de kritische momenten nog een aantal keer meegekeken, maar me daarna volkomen vrijgelaten. Een erg genereus gebaar. Er zijn maar weinig architecten die hun ego echt aan de kant kunnen zetten.”

Wat moet er veranderen om dit type opdrachten ook voor jonge architecten bereikbaar te maken?

“Het is ontzettend jammer dat je er in het huidige aanbestedingsklimaat zo moeilijk tussen komt. Ik vind het goed dat er gevraagd wordt naar ervaring, maar voor relatief eenvoudige utiliteitsbouw zou dat best wat losser mogen. In de scholenbouw is het daarnaast een trend te selecteren op honorarium. Dit kun je heel eenvoudig anders doen door in ieder geval een minimum honorarium te bepalen. Of zoals in België het honorarium van tevoren vast te leggen op basis van de bouwkosten en alleen op kwaliteit te selecteren. Mijns inziens is het resultaat van dit beleid de laatste jaren duidelijk terug te zien in de kleinere utiliteitsgebouwen in Vlaanderen. Dat zijn bijna zonder uitzondering hele mooie projecten.”

De verfijning en contextgevoeligheid van de Vlaamse architectuur zie ik terug in jouw eigen projecten. Welke architecten heb je hoog in het vaandel staan?

 “Ik vind het werk van Marie-José van Hee erg goed, met name de relatie die zij legt tussen omgeving en gebouw. Datzelfde geldt voor Robbrecht en Daem. Van de jongere generatie spreken Bovenbouw, 51N4E en Dierendonckblancke me zeer aan. Jan de Vylder bevindt zich in een buitencategorie. Zijn gebouwen zijn experimenteel, maar tegelijk heel vanzelfsprekend. Alsof ze er al jaren staan. Zijn manier om eigentijds en toch tijdloos te bouwen, is een inspiratiebron voor mijn projecten. Zelf probeer ik ook in België te werken. Niet alleen vanwege de opdrachtverstrekking, maar ook vanwege de rol die een architect daar heeft. Je bent verantwoordelijk voor alles en hebt ook invloed op alles. Een beetje zoals het hier honderd jaar geleden was. De Vlaamse praktijk toont aan dat die betrokkenheid betere gebouwen oplevert.”

De Vlaamse praktijk toont aan dat die betrokkenheid betere gebouwen oplevert

Waar komt jouw – bijna puristische – aandacht voor materiaal en detail vandaan?

“Dat komt voor een groot deel door mijn achtergrond. Toen ik meer dan twintig jaar geleden op de MTS begon, had ik een hele dag in de week praktijk en heb ik veel met mijn handen gewerkt. Het stage lopen op de bouwplaats voelde als een magisch moment. De details die ik van het schoolbord had nagetekend, kwamen er tot leven. Sindsdien heb ik altijd voeling met de bouwplaats gehouden. Bij Veerkracht zat ik tijdens de bouw een dag in de week in de keet om alles tot op het laatste schroefje door te spreken. Ook mijn fascinatie voor wederopbouwarchitectuur speelt een rol. Met weinig geld is destijds zoveel zorgvuldigheid en verfijning bereikt. De liefde spat er na zestig of zeventig jaar nog steeds vanaf.”

Met weinig geld is destijds zoveel zorgvuldigheid en verfijning bereikt

Basisschool Veerkracht vervangt een wederopbouwschool. Op welke wijze heeft dat invloed gehad op jouw ontwerp?

“Waardevolle elementen uit de oude school heb ik op een hedendaagse manier meegenomen naar het nieuwe gebouw, zoals de aandacht voor materiaal en detail. De bijzondere metselverbanden in Veerkracht zijn uit de oude school afkomstig. De schoorsteen die het gebouw op zijn plek verankert, was ook al in het oorspronkelijke gebouw aanwezig. Voor mij was de oude school een heel mooi vertrekpunt.”

Welk onderdeel van basisschool Veerkracht vind je het meest geslaagd?

“Inmiddels zitten mijn kinderen er op school, dus ik zie het gebouw bijna iedere dag. Het meest trots ben ik op de vanzelfsprekendheid waarmee het geland is op de locatie. De manier waarop de drie volumes dankzij een kleine hoekverdraaiing aansluiten op de dynamiek van de stedenbouwkundige context is heel goed gelukt. Ik had er laatst een afspraak met iemand die de school niet kon vinden, omdat hij nergens een nieuw gebouw zag. Totdat hij er voor de tweede keer langs fietste en iets beter ging kijken. Dat vond ik een mooi compliment. Het is de bedoeling dat mijn gebouwen van een afstand zo veel mogelijk wegvallen, maar van dichtbij steeds nieuwigheden tonen en verrassen.”

Het meest trots ben ik op de vanzelfsprekendheid waarmee het geland is op de locatie

Hoe ziet je toekomst eruit?

“Begin dit jaar heb ik er bewust voor gekozen het driemanschap van Workshop architecten te verlaten. De projecten werden zo groot dat ik de controle dreigde te verliezen en de samenhang niet meer kon bewaken. Sindsdien richt ik me op middelgrote projecten die ik grotendeels alleen kan doen. Ook houd ik me meer met scholenbouw bezig. Bij de bouw van een school is de financiële haalbaarheid tegenwoordig belangrijker dan de inhoudelijke visie op onderwijs en architectuur. Ik zie het als missie de scholenbouw in Nederland weer terug in de architectuur te brengen, zoals dat in België al het geval is.”

Wat voor gebouw zou je ooit nog willen maken?

“Mocht ik de Abe Bonnema Prijs winnen, dan ga ik van het prijzengeld een kapel bouwen ergens in een bos. Net als Peter Zumthor heeft gedaan in Duitsland. Het lijkt me geweldig een keer zonder kaders, zonder opdrachtgever en vooral zonder planning eindeloos te kunnen experimenteren. En het vervolgens ook zelf te bouwen. Terug naar de magie van de bouwplaats.”

Dit is de eerste aflevering van een reeks gesprekken met de genomineerden van de Abe Bonnema Prijs voor Jonge Architecten 2020. Ard Hoksbergen is met Basisschool Veerkracht genomineerd voor de prijs. Op zondag 13 december wordt vanaf 14:00 de winnaar bekend gemaakt. Meld je hier aan voor de gratis livestream vanuit Museum De Lakenhal.