“Goed ontwerp is een basisrecht”

“Architectuur brengt veel onderwerpen uit het dagelijks leven samen, van sociale, economische en politieke factoren tot natuur en techniek. Dit maakt het vak blijvend dynamisch en relevant”, stelt Marieke Kums (1979), oprichter van Studio Maks. Marieke ziet goed ontwerp als een basisrecht. Het spanningsveld tussen het creatieve proces van idee-ontwikkeling en de realiseerbaarheid van het ontwerp noemt ze uitdagend. “Het creatieve denkproces is essentieel om te komen tot een goed ontwerp.” In dit interview vertelt Marieke over haar ideale rol in het bouwproces, dat vrije idee-ontwikkeling onmisbaar is voor de professie en hoe zij via haar ontwerpen agenda maakt.

Bezoekerscentrum Institute of Technology Austria, Wenen (Beeld STUDIO MAKS)

Waar leg jij de focus op in je werk?

“Ik wil ontwerpen maken die de gebruikers inspireren en met andere ogen naar ruimte laten kijken. Projecten ontwerpen die verrassen, in balans zijn met onze (natuurlijke) omgeving en over dertig jaar nog steeds relevant zijn. Voor mij betekent dit dat ik me naast ontwerpen richt op goed vakmanschap, me verdiep in wetenschap en onderzoek verricht. Daarnaast wil ik als architect agenderend bezig zijn. Ik probeer mijn werk een boodschap mee te geven die het individuele gebouw overstijgt.”

Hoe ben je nu agenderend bezig?

“Enerzijds via bouwprojecten, anderzijds buiten gebouwd werk om. In Amsterdam werken we bijvoorbeeld aan een woonproject waarvoor we zelf de doelgroep mochten bepalen. Nu er zo’n enorme druk op de woningmarkt staat, zijn we bezig met de vraag: hoe gaan we om met het beetje ruimte dat er is en zorgen we ervoor dat er voor iedereen een betaalbare plek is? We besloten om woningen te ontwerpen voor starters die vervolgens eenvoudig aangepast kunnen worden, zodat ze er langer kunnen blijven wonen, ook als ze een gezin stichten. Het zijn maisonnettes waarbij functies zoals keuken, toilet en badkamer efficiënt zijn opgenomen in de wanden. De woningen functioneren eerst als dubbelhoge minilofts, maar door schuifwanden toe te voegen zijn ze eenvoudig om te bouwen tot eengezinswoningen met een dubbelhoge buitenruimte.”

“Ons vak gaat echter niet alleen over bouwen: het gaat ook over het maken van ideeën, het ontwikkelen van een visie.”

“Ons vak gaat echter niet alleen over bouwen: het gaat ook over het maken van ideeën, het ontwikkelen van een visie. Soms zijn de niet-gebouwde ontwerpen de beste, maar krijgen ze minder aandacht, omdat ze niet gerealiseerd worden. Daarom ben ik samen met Cathelijne Nuijsink de boekserie ‘Architecture Monogram’ begonnen waarin we ontwerpers de kans geven een eerste monografie te ontwikkelen. Daarbij wordt niet alleen gerealiseerd werk getoond, maar vooral ook niet gerealiseerde projecten, ideeën, schetsen. De eerste twee delen zijn reeds gepubliceerd.”

Hoe zie jij de rol van de architect in het bouwproces het liefst?

“Als die van ontwerper, uitvinder en bouwer ineen, betrokken vanaf de allereerste idee-vorming tot en met de realisatie. Of het nu gaat om een interieur, een gebouw of een masterplan. In 2006 vertrok ik naar Japan. Anders dan wat ik in Nederland gewend was, werkte ik daar als architect waarbij het ontwerpen nooit stopte. Het was een vloeiend en transparant proces dat doorging tijdens de bouw en zelfs tot na de oplevering. Continu bezig zijn het gebouw zo goed mogelijk te maken, als ontwerper, ingenieur én bouwer. In Nederland is het als architect helaas steeds moeilijker om die rol te krijgen. Tegenwoordig stopt je rol soms al na het voorlopig ontwerp.”

“Ik leerde in Japan dat de rol die je als architect hebt, ook de rol is die je voor jezelf creëert.”

“Tegelijkertijd leerde ik in Japan dat de rol die je als architect hebt, ook de rol is die je voor jezelf creëert. In de Aziatische cultuur zeg je niet snel ‘nee’ en geef je elkaar in een samenwerking veel ruimte. Intuïtief tast je elkaar af en ontwikkelt de samenwerking zich. Duidelijkheid is dus niet per se nodig om tot een goed eindresultaat te komen, soms zit het zelfs in de weg van een goed proces.”

Tokonoma-woningen Westerpark-West, Amsterdam (Beeld STUDIO MAKS)

In Nederland is de architect steeds vaker een projectmanager. Wat vind je daarvan?

“Dat de architect de rol van projectmanager op zich neemt is prima en vaak vanzelfsprekend, maar zijn rol moet groter zijn dan dat. Er gaan echter geluiden op dat architecten zich niet langer als ontwerper moeten opstellen, maar zich vooral moeten bezighouden als organisator van informatiestromen. In dat laatste kan ik mij absoluut niet vinden: een goed project behoeft een ontwerpvisie. Ik zie wat dit betreft in de toekomst nog een grote uitdaging liggen: door het verkleinen van de ontwerpende rol van architecten tot de eerste fasen van een project enerzijds en het toepassen van BIM-software anderzijds, komt het creatieve ontwerpproces steeds meer onderdruk te staan. Ik vraag me af of zo’n proces wel leidt tot een goed gebouw.”

Wat is een goed gebouw?

“Dat is voor iedereen anders. Ik denk dat als je aan mensen in het algemeen vraagt wat ze een mooi gebouw vinden, dan zijn dat toch altijd herkenbare projecten met ruimtelijke kwaliteit en een sterke identiteit in plaats van een gebouw dat ‘wel goed functioneert’. Voor mij past een goed gebouw in zijn fysieke en socio-economische context en inspireert het zijn gebruikers door met nieuwe ogen naar ruimte laat kijken. Ook wil ik architectuur maken die lichtvoetig is en de impact op bestaande natuurlijke systemen beperkt. Daarbij probeer ik zo min mogelijk grenzen te ontwerpen, maar meer een soort fluïde ruimte die kan meebewegen met de wensen van gebruikers, met de tijd en waar ‘binnen’ en ‘buiten’ naadloos in elkaar overlopen.”

Bezoekerscentrum Park Vijversburg, Tytjerk (Foto Iwan Baan)

Hoe zie jij de toekomst van de architectuur in Nederland?

“Het is geen geheim dat er steeds meer druk komt te staan te staan op onze gebouwde en natuurlijke omgeving, o.a. door verdere verstedelijking maar ook door klimaatverandering, etc. Het belang van een goede en gebalanceerde vormgeving neemt alleen maar toe. Als architecten moeten we daar de nadruk op leggen. Tegelijkertijd maakt het creatieve ontwerpproces zelf een ontwikkeling door, met name door ontwikkelingen in (BIM)software en in de bouw. De uitdaging voor architecten is om te midden van deze complexe, maar ook uitdagende, factoren krachtige en betekenisvolle ontwerpen te maken.”

Is er ook iets dat je is tegengevallen aan het architectenvak?

“In de architectuur, en de bouw in het algemeen, blijven vrouwen helaas ondervertegenwoordigd. Ondanks een groot percentage aan vrouwen tijdens de studie, ziet je dat er weinig vrouwelijke architecten zijn op leidinggevende posities. Wellicht is het toch moeilijk om dit vak te combineren met het gemiddelde gezinsleven waar vrouwen in Nederland, ondanks emancipatiegedachten, nog altijd de centrale rol in spelen. Wanneer je als man zorg draagt voor je kind(eren) is het cool, maar als vrouw met een eigen bureau wordt toch al snel aangenomen dat je na je zwangerschap een minder ambitieus bureau runt. Ook lijkt het erop dat vrouwen gaandeweg interesse verliezen en iets anders kiezen. Misschien zijn er te weinig rolmodellen? Het vak is in ieder geval gebaat bij een betere man-vrouwbalans.”

“Het vak is in ieder geval gebaat bij een betere man-vrouwbalans.”

“Daarnaast is het in Nederland erg lastig is om aan publieke projecten te werken, door het bestaande Nederlandse aanbestedingssysteem.”

Bezoekerscentrum Park Vijversburg, Tytjerk (Foto Iwan Baan)

Werk je daarom liever in het buitenland?

“Een groot deel van ons werk is inderdaad in het buitenland gesitueerd. In tegenstelling tot Nederland is het daar wel mogelijk als jonger bureau aan publieke opdrachten te werken. Nadeel van werken in het buitenland is wel dat we ons moeten verdiepen in de verschillende lokale regelgevingen, de verschillende talen, etc. We krijgen doorgaans meer betaald dan in Nederland, maar dat weegt helaas (nog niet) op tegen de extra onkosten, zoals voor het reizen.”

Wat wil jij bereiken als architect?

“Uiteindelijk ben ik vooral een maker en een uitvinder. Ik word gelukkig van nieuwe dingen ontdekken die blijvend een rol spelen in het vakgebied, maar ook een positieve invloed hebben op de gebruiker, zelfs de toevallige passant. Vanzelfsprekend zou ik graag werken aan grote publieke gebouwen, zoals de nieuwbouw of renovatie van een nationaal museum, maar ook het maken van goede sociale woningbouw of het ontwikkelen van een nieuwe betaalbare woningtypologie vind ik fantastische uitdagingen. Goed ontwerp is een basisrecht voor de mens, geen luxe. Dat wordt nu nog onvoldoende onderkent.”