1   +   10   =  

Het zou een echt gesprek zijn, face to face en voor publiek, op het toneel van het Frascati Theater, over theater en architectuur. Het geplande event was een samenwerking van het Holland Festival en het John Adams Institute, waarvan ik de directeur ben. Wat een buitenkans om een bijzondere vrouw te spreken: Liz Diller, een van de grote vrouwen in de hedendaagse architectuur en de ‘D’ van DS+R, Diller Scofidio and Renfro, een van de belangrijkste architectenbureau’s ter wereld.

Aanleiding voor haar komst naar Amsterdam, en voor het interview, was haar samenwerking met de guest artist van het Holland Festival dit jaar, de choreograaf Bill T. Jones. Ze kennen elkaar al zo’n twintig jaar; nu heeft ze het toneelbeeld ontworpen voor zijn voorstelling Deep Blue Sea, die medio april in première zou gaan in the Armory in New York en daarna naar het Holland Festival zou komen.

We weten hoe het is gegaan. Het Holland Festival is dit jaar louter online en Liz Diller en Bill T. Jones zijn thuisgebleven, net als alle andere ongeveer honderd artiesten uit twintig landen die nu in Nederland hadden zullen zijn.

Maar in maart was ik in de VS. Naast de projecten van DS+R die ik al kende wilde ik nog wat nieuwe zien, zoals het particuliere Broad Museum in Los Angeles, en cultuurgebouw The Shed en de renovatie en uitbreiding van het MoMA in New York. Ik heb haar zelf ook gesproken op het bureau in New York – niet wetend dat wat als voorgesprek was bedoeld, hét gesprek zou blijken te zijn.

Glimmende blauwe poedel

Aan haar eigen verschijning is niets theatraals, eerder minimalistisch. Spijkerdun, geen makeup, geen sieraden, altijd in het zwart gekleed. Vriendelijk, maar toch vooral intens en gefocust. In het werk van DS+R (opgericht in 1981) zit wel altijd een element van beleving, van theatraliteit, van ‘het performatieve’. Ze omschrijven zichzelf dan ook als ‘een interdisciplinaire ontwerpstudio dat architectuur, de beeldende kunsten en de podiumkunsten integreert’.

“Aan haar eigen verschijning is niets theatraals, eerder minimalistisch”

Dat gold zeker voor het eerste gebouw van hen dat echt tot mij doordrong. Dat was de Blur Building (2002), een paviljoen van mist boven het water van het Neuchâtel-meer in Zwitserland. Prachtig en intrigerend was het: niet alleen omdat ik me afvroeg hoe máák je zoiets, maar misschien eerder nog: hoe bedénk je het.

DS+R zoekt altijd de grenzen op, zowel in de vorm als in de materialen: gevels van mist in Zwitserland, gevels van 3D geprinte gevel van het particuliere museum van filantroop Eli Broad in Los Angeles (2015). “Het concept heet The Veil en The Vault,” legt Diller uit. “The Vault, de kluis is het depot dat in het hart van het gebouw zit, je loopt er overheen, eronderdoor, en je kijkt erin via ramen in het trappenhuis. Over het gebouw heen zit The Veil, de sluier, die alles bij elkaar houdt.”

Naast de tierlantijnen van het buurpand, de Walt Disney Concert Hall van Frank Gehry, is het Broad van buiten een monumentaal blok. Diller: “Gehry’s gebouw is glanzend en glad, het Broad is mat en absorberend.” De ruime zalen zonder ook maar één kolom zijn dankzij openingen in die gevelelementen gevuld met getemperd, bijna dromerig daglicht. Dan kan zo’n zaal zelfs zo’n opzichtig werk verdragen als de reusachtige glimmende blauwe poedel van Jeff Koons. Broad is er dol op.

Een opera van een mijl lang

Ongetwijfeld is het bekendste werk van DS+R hun ontwerp voor de High Line in New York, met beplanting van Piet Oudolf. Dit verhoogde goederenspoor van anderhalf kilometer door de Meatpacking District was decennialang in onbruik geraakt en zou worden gesloopt, maar het is nu getransformeerd tot een drukbezocht lineair park.

De High Line was ook de locatie van de Mile Long Opera, een door Diller bedacht en geënsceneerde ‘opera’ waarbij duizend (!) zangers uit veertig koren stonden opgesteld over een lengte van ruim anderhalve mijl terwijl het publiek langs liep. Van hen was een kwart beroepszanger, driekwart amateur, bijvoorbeeld uit kerkkoren uit de omgeving. ,,Het idee kwam voort uit het transformatieve karakter van de Highline”, zegt Liz Diller. “Het heeft veel impact gehad op de buurt en op de onroerend goed prijzen. Daar zijn er winnaars bij, én verliezers. De High Line is letterlijk het podium voor dit stuk over hoe de omgeving is veranderd nadat de High Line in gebruik is genomen.”

De Mile Long Opera is in oktober 2018 slechts één week lang opgevoerd voor drieduizend mensen per avond. “Als bezoeker mixte je je eigen opera, afhankelijk van hoe snel of langzaam je langs de zangers liep. Het was een totaal nieuw soort theatrale ervaring.”

”Het idee kwam voort uit het transformatieve karakter van de Highline”

Deep Blue Sea

De samenwerking met choreograaf Bill T. Jones aan Deep Blue Sea ligt in het verlengde daarvan, met de inzet van bijna honderd dansers van wie velen locals. Jones liet zich inspireren door de beroemde 19e-eeuwse roman Moby Dick van Herman Melville. Het gaat hem niet om kapitein Ahab of de witte walvis, maar om de jongste bediende, de zwarte Pip, die overboord slaat en eenzaam in de oceaan wordt achtergelaten. De voorstelling is een onderzoek naar het ik en het wij – verrassend actueel.

Voor het eerst in jaren danst Jones in dit stuk een solo: “I cast myself as ‘the one’ on a naked stage.” Dan komen er steeds meer dansers bij.” Is identifying as the one among the many a problem?” vraagt Jones zich af. “How does it feel to be a problem?”

”De voorstelling is een onderzoek naar het ik en het wij – verrassend actueel”

Terwijl ik Diller spreek, wordt in The Armory in New York nog aan het decor gebouwd voor de geplande première op 14 april. “Het bestaat voor een groot deel uit projecties en het publiek zit aan alle vier kanten rondom. De vloer is één groot scherm, waarop de teksten als een tapijt worden geprojecteerd.” We moeten de eenzaamheid van Pip voelen, in de onmetelijke grootheid van de zee. We moeten het anders zijn voelen, het binnen staan en het buitengesloten zijn. “Het stuk heeft voor Bill veel persoonlijke betekenis,” zegt ze. “Het is een beetje zijn eigen verhaal.”

Verrijdbare kunsttempel

Aan het eind van ‘hun’ eigen High Line (waar nu wegens succes een stuk aan wordt gebreid) is de nieuwe wijk Hudson Yards verrezen. Heel erg als een woongebied voelt het niet, het is toch vooral een groot winkelcentrum, een beklimbare sculptuur van Thomas Heatherwick, the Vessel geheten, en The Shed, een nieuw cultuurgebouw door DS+R dat in april vorig jaar openging. Aan The Shed zit een toren vast, ook hun ontwerp, waarvan de onderste tien verdiepingen bij The Shed in gebruik zijn als kantoren, oefenruimte, en technische installaties.

Het verrassendste aan het gebouw, dat vijf jaar de maak is geweest, is de enorme verrijdbare kap op wielen, ‘bogies’ geheten, die meer dan manshoog zijn. De kap schuift uit om de binnenplaats te overdekken voor grote tentoonstellingen en concerten voor wel tweeduizend man. Bjork heeft er al gespeeld, evenals het openingsconcert Sound of America door Quincy Jones en Steve McQueen.

En dan te bedenken dat dit alles, de hele Hudson Yards, op een overkapping staat over het spooremplacement, de Hudson Yards. Het is fascinerend om de treinen eronder te zien verdwijnen en er weer uit te voorschijn komen – en dat ging tijdens de bouw gewoon door. “Een stad in een stad”, zei burgemeester Bloomberg van wie het idee kwam. Zijn doel was om New York op de cutting edge te houden van cultuur en handel – een investering van 25 miljard, volgens NRC het duurste stadsontwikkelingsproject ooit in de VS.

“De bedoeling van The Shed,” zegt Liz Diller, “is om nieuwe kunst te genereren, niet om bestaande kunst te etaleren.” Het gebouw is absoluut spectaculair en innovatief, maar heeft ook veel kritiek gekregen. Heeft New York echt een nieuw cultuurgebouw van ruim een half miljard dollar nodig? Het moest er komen, zo gaat het verhaal, als culturele pleister op dat projectontwikkelaarsverhaal. Ook cultuurliefhebbers vroegen zich af of je met dat geld niet beter, zeg maar, betaalbare woningen had kunnen bouwen, of in het onderwijs investeren. Of aan de bestaande musea die al moeilijk aan fondsen kunnen komen omdat de overheid amper cultuur subsidieert.

“De bedoeling van The Shed is om nieuwe kunst te genereren, niet om bestaande kunst te etaleren”

What are white men thinking?

’s Avonds ben ik bij een voorstelling in The Shed, in de Griffin-zaal, genoemd naar een van de sponsors van die 529 miljoen aan bouwkosten. Het stuk heet ‘Help: What Are White Men Thinking’ van Claudia Rankin, professor aan Yale die ook een van de schrijvers was van de Mile Long Opera. Het is een geweldig stuk, gespeeld door één zwarte vrouw en twintig witte mannen, op een vliegveld en in een vliegtuig.

De volgende dag blijkt dat ik de laatste opvoering heb meegemaakt. Voor alles ben ik net op tijd geweest, ben ik de lockdown net te snel af geweest – behalve voor het MoMA dat onlangs door DS+R is verbouwd en uitgebreid. De avond vóór het afgesproken bezoek komt het bericht: We’re so sorry, maar het museum is sinds vanmiddag voor onbepaalde tijd gesloten.

Zoals bijna alles van DS+R is ook dit project controversieel: veel te corporate, heette het. Ik had graag mijn eigen mind opgemaakt en de nieuwe stalen luifel gezien, de nieuwe vederlichte zwevende trap (“the blade staircase”), de nieuwe zalen. Volgende keer dan maar – whenever that may be.

Bekijk hier een uitgebreid gesprek tussen Liz Diller en Bill T. Jones voor New York Live Arts over ‘Deep Blue Sea’.