1   +   9   =  

Vormgeven aan menselijk contact. En gebouwen maken die uitgesproken zijn, maar tevens vanzelfsprekend zijn in hun omgeving. Hierom draait het werk van Oana Radeş (1977), partner bij Shift architecture urbanism. In haar ontwerpen gaat ze op zoek naar de ruimtelijke mogelijkheden van de alledaagse werkelijkheid. Geboren en getogen in Roemenië heeft ze een inspirerende blik op de Nederlandse samenleving: “hoe we nu als generaties samenleven in Nederland en met zorg omgaan, is niet toekomstbestendig.”

Waarom ben je architect geworden?

“Toen ik in Roemenië toelatingsexamen deed voor de architectuuropleiding, werd ik gegrepen door de combinatie tussen tekenen en wiskunde. Beide vakken zijn complementair aan elkaar. Maar pas toen ik voor een uitwisseling in Nederland ging studeren, realiseerde ik me dat architectuur gaat over het alledaagse. Dat je als architect bezig kunt zijn met dingen die ertoe doen, die deel uitmaken van de ‘dirty urban reality’, zoals leegstand, migratie en prostitutie. Bij mij ontstond het besef dat ik als architect vorm wilde geven aan deze alledaagse werkelijkheid.”

Museumplein Limburg – Foto: Rene de Wit

Kun je een voorbeeld geven hoe je vormgeeft aan de alledaagse werkelijkheid in je werk?

“Elke architectonische opgave bekijk ik altijd in relatie tot de context. Als architect maak je niet alleen een gebouw, maar ook een stukje stad. Toen we aan de slag gingen met het Museumplein Limburg in Kerkrade (2015) was de vraag om nieuwe gebouwen te ontwerpen. Tegelijkertijd liep er een belangrijke route vanaf het station naar de binnenstad dwars over de kavel. We hebben ervoor gekozen om het hele ontwerp in het teken van deze route te maken. Zo had het nabijgelegen treinstation van Kerkrade geen wachtruimte. We besloten het museumplein en restaurant zo te ontwerpen dat het ook een fijne plek werd om te wachten op de trein. Uiteindelijk zijn de openbare ruimte en het museum zo met elkaar verstrengeld, dat het onduidelijk is waar het een stopt en het ander begint.”

Museumplein Limburg – Foto: Rene de Wit

“Ik vind het belangrijk om bij het onderzoek marktpartijen te betrekken, zodat het meer realiteitsgehalte krijgt”

Wat is je ideale opdracht?

“Het liefst onderzoek ik de ruimtelijke potentie van een programma. Wat zijn de behoeften? Waar zit de ruimtelijke kwaliteit? Hoe kunnen ze elkaar versterken? Vaak leidt dit tot een aanpassing van een bestaande typologie of de introductie van een nieuwe typologie. Ik vind het belangrijk om bij het onderzoek marktpartijen te betrekken, zodat het meer realiteitsgehalte krijgt. Zo werkte ik afgelopen jaren samen met ontwikkelaar Synchroon aan een onderzoek naar micro-appartementen van 40-60 m2 groot, met als uitgangspunt: kleiner wonen, meer delen.”

“Uiteindelijk heeft dit onderzoek ertoe geleid dat we nu 235 micro-appartementen bouwen in de Houthavens, waar naast een wasserette en een fietsenstalling, ook een kookstudio, een tuin en een grote gemeenschappelijke woonkamer gedeeld wordt. Ik refereer hierbij graag aan Het Nieuwe Huis uit 1928 dat aan het einde van de Van Baarlestraat in Amsterdam staat. Het gebouw was het eerste gebouw in Nederland voor alleenstaanden. Na 100 jaar is het nog steeds een gewilde woonplek voor zowel 20 en 30-jarigen als hoogbejaarden. Hiermee is het een ultiem voorbeeld voor wat ik wil bereiken in de Houthavens.” 

microappartementencomplex Houthavens – Impressie: Shift architecture urbanism

Wat zou je onderzoeken als je een carte blanche krijgt?

“Hoe we nu als generaties samenleven in Nederland en met zorg omgaan, is niet toekomstbestendig. Er ontstaat een groot gemis. Ik ben opgegroeid tijdens de hoogtijdagen van het communisme in Roemenië. Mijn oma vervulde een grote rol in mijn opvoeding, terwijl mijn vader en moeder aan het werk waren. Ik geloof heilig in het gezegde ‘it takes a village to raise a child’. Onderling contact tussen verschillende generaties levert voor alle betrokkenpartijen veel op: een groter vangnet, minder eenzaamheid, meer flexibiliteit, etc. Ik zou willen onderzoeken hoe verschillende generaties kunnen samenleven in een woonblok, zodat er optimale onderlinge relaties kunnen ontstaan.”

Wat wil je als architect bereiken?

“Gewoon goede gebouwen maken. Gebouwen die uitgesproken zijn, maar tevens vanzelfsprekend zijn in hun omgeving. Zo hebben we net naast een monumentaal klooster in Tilburg een woonzorggebouw met 40 appartementen opgeleverd. Na de opening zei iemand: het lijkt net alsof het nieuwe gebouw er altijd al was. Dit is het beste compliment dat we kunnen krijgen.”

“Daarnaast wil ik letterlijk vormgeven aan menselijke contact. Van ontmoeting ruimte maken. De aangewezen opgaven in dit kader zijn publieke gebouwen. Helaas is het heel lastig om die opdrachten te verwerven. De tijdsgeest is er nu niet naar. Opdrachtgevers tonen risicomijdend gedrag en de aanbestedingscriteria maken dat we vaak niet in aanmerking komen voor deelname.”

Maar zijn er geen andere manieren om toch mee te doen aan dergelijke tenders? Bijvoorbeeld door samen te werken met meer ervaren bureaus?

“Natuurlijk onderzoeken we samenwerkingen met meer gevestigde bureaus, maar voor mij is dit de wereld op zijn kop. Jong talent moet een podium krijgen, zoals MVRDV veertig jaar geleden de opdracht kreeg voor Villa VPRO en Ben van Berkel voor de Erasmusbrug. De belangrijkste criteria voor architectenselecties zouden visie en talent moeten zijn in plaats van omzet en ervaring. Daarmee creëer je kansen voor doorstroming van jong talent.”

Oude Dijk – Foto: Rene de Wit

Hoe ervaar je het om als vrouw werkzaam te zijn in de architectenbranche?

“De ene keer werkt het in mijn voordeel, de andere keer in mijn nadeel. Soms merk ik dat opdrachtgevers liever met een man praten. Dat is vervelend, maar gelukkig heb ik twee goede mannelijke bureaupartners. Tegelijkertijd merk ik dat ik vaker dan zij word gevraagd voor architectuurjury’s en als docent.”

“Wat ik veel uitdagender vind dan een vrouwelijke architect zijn, is dat ik een fulltime werkende moeder ben”

“Wat ik veel uitdagender vind, is dat ik een fulltime werkende moeder ben. In Nederland is de samenleving zo ingericht dat de ene partner meer zorgt en de ander meer werkt. Daardoor is kinderopvang relatief duur en wordt er vaak extra hulp verwacht bij schoolactiviteiten. Tussendoor moet je ervoor zorgen dat je hier zelf niet aan ten ondergaat. Mij lukt dit omdat ik eigen baas ben, me flexibel opstel en een partner heb die evenveel doet in het huishouden, maar het lijkt me heel ingewikkeld om als moeder fulltime in dienst te zijn bij een architectenbureau.”

Zie je hiervoor een oplossing?

“Laatst las ik de biografie van Arrhov Frick een Zweeds architectenbureau. In de introductie las ik dat de beide heren elkaar hadden leren kennen tijdens hun ouderschapsverlof. Tijdens dit verlof zorgden ze voor de kinderen, maar hadden ze tevens de ruimte om mee te doen aan prijsvragen. Ik vond het mooi om te lezen hoe normaal het in Zweden is dat ook vaders maandenlang betaald ouderschapsverlof kunnen krijgen, zodat de zorg voor kleine kinderen tijdens de tropenjaren verdeeld kan worden tussen beide ouders. Het zou goed zijn als dit ook gangbaar wordt in Nederland. ”  

Dit interview is mede mogelijk gemaakt door de kwartaalsubsidie van de Fleur Groenendijk Foundation.